Pagina's

vrijdag 17 mei 2013

Schone kleding

We willen welvaart maar liefst tegen zo’n laag mogelijke prijs. Staan we er wel voldoende bij stil waar onze spullen vandaan komen, hoe ze gemaakt worden en door wie? En zijn we er ons van bewust dat we nog steeds steun geven aan slavernij? Wat doe jij er aan?

Daags voor Koninginnedag kocht ik een nieuw oranje T-shirt. De oude was wat verwassen en had zijn uitstraling verloren. Niet waardig genoeg om te dragen op onze nationale feestdag waarop we ook nog eens een nieuwe Koning zouden krijgen. Vroeg in de ochtend van 30 april trok ik het shirt uit de kast. Het kaartje zat er nog aan. Met mijn schaar in de aanslag om het eraf te knippen viel, tot mijn grote ontsteltenis, mijn oog op: made in Bangladesh! Het kon toch niet waar zijn dat ik een bijdrage had geleverd aan de slechte arbeidsomstandigheden waardoor bijna 1000 mensen onder het puin lagen van de ingestorte kledingfabriek. Ik stond in tweestrijd: aantrekken en feestvieren of terugbrengen naar de winkel?

Misstanden in de kledingindustrie
De kranten staan wekenlang bol van de ramp die op 24 april 2013 plaatsvond in een kledingfabriek in Savar, een buitenwijk van Dhaka in Bangladesh. Door ondeugdelijke bouwvoorschriften stortte een gebouw in dat meerdere kledingfabriekjes herbergde, met ca. 1000 doden en 2500 gewonden tot gevolg.

Het is niet de eerste keer dat er iets ernstig mis gaat in de kledingindustrie in Bangladesh. Eind 2012 nog kwamen meer dan 100 textielarbeiders om bij een brand in een kledingfabriek doordat mensen als ratten in de val opgesloten zaten. Niet alleen de bouw- en veiligheidsvoorschriften laten te wensen over, maar het wordt nu ook pijnlijk zichtbaar dat de textielwerkers, veelal jonge vrouwen, onder erbarmelijke omstandigheden, opgepropt in overvolle fabriekjes, lange dagen maken tegen een schamel loon.

Schone Kleren Campagne
Al jaren pleit de organisatie ‘Schone Kleren’ voor betere omstandigheden voor de werkers in de kledingindustrie. Na China en India komt de meeste door ons geïmporteerde kleding uit Bangladesh, waar de laagste lonen ter wereld worden uitbetaald. Voor minder dan 40 euro per maand zijn mensen overgeleverd aan levensgevaarlijke omstandigheden. Beelden worden opgeroepen van onze eigen ervaring in de Industriële Revolutie in de 18e en 19e eeuw.

Slechts 5% van de prijs die we betalen voor onze kleding wordt besteed aan de productie. De rest gaat op aan transport, de marketing van het merk en het kledingbedrijf dat het de consument te koop aanbiedt. We hebben dus allemaal boter op ons hoofd en houden tegen beter weten in slavernij in stand. Bangladesh exporteert jaarlijks voor 14,4 miljard euro aan textiel. Al zou er 1% extra ten goede komen aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden dan gaat het al om een gigantisch bedrag. En zeg nu zelf we zijn toch best bereid om een extra bedragje te betalen voor het verbeteren van omstandigheden ter plaatse, al was het alleen maar om ons schuldgevoel af te kopen.

Textielarbeiders in Bangladesh © afp.

Ploumen neemt actie nu het kalf verdronken is….
Met de ramp van deze omvang lijkt iedereen ineens wakker geschud. Disney kondigde aan geen kleding meer te laten vervaardigen in Bangladesh. Kledingbedrijven tekenen in alle haast een akkoord voor strengere regels betreffende kledingfabrieken in Bangladesh. De EU overweegt economische maatregelen en onze eigen Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voert de druk op richting de Bengaalse overheid om de misstanden aan te pakken. Gelukkig wordt er wat aan gedaan. Maar waarom zo laat? We weten het toch al jaren. Iedereen kan toch op zijn vingers natellen dat een T-shirt van een paar euro niet kan. En toch sluiten we onze ogen ervoor.

Wat heb ik gedaan
Ik heb het er niet bij laten zitten. Na Koninginnedag heb ik de directie van Charles Vögele, waar ik mijn oranje T-shirt had gekocht, een briefje gestuurd en om opheldering gevraagd omdat de website te weinig inzicht verschafte. Na een paar dagen kreeg ik het volgende antwoord terug:

Verzonden: woensdag 8-5-2013 14:16
Beste mevrouw Verburg,

Charles Vögele produceert ca. 90% van de kleding in Azië, waarvan 40% in Bangladesh. Charles Vögele heeft echter geen kleding geproduceerd bij de textielfabrikant die door het ongeluk getroffen is. 

Uiteraard is Charles Vögele als onderneming, die onder andere in Bangladesh produceert, zich bewust van haar verantwoordelijkheid. Door het lidmaatschap bij de Business Social Compliance Initiative zijn wij verplicht, regelmatig BSCI-Audits door audit-firma´s door te laten voeren. Charles Vögele werkt alleen met textielfabrikanten samen, die de BSCI-Gedragscode accepteren. Deze code is gebaseerd op het principe dat bedrijven, die goederen voor Charles Vögele maken, de wetten en voorschriften van de betreffende landen volgen. Daardoor zijn onder andere de arbeidsvoorwaarden volgens contract geregeld en wel in overeenstemming met de Conventies van de International Labour Organization (ILO), de universele verklaring van de mensenrechten van de Verenigde Naties, de UN-Kinderrechtconventie als ook de Conventie ter bestrijding van elke vorm van vrouwendiscriminatie (CEDAW), de UN Global Compact en de OECD-Richtlijnen. Ook deze richtlijnen zijn een vast bestanddeel van het leveranciersverdrag en regelen de nakoming van sociale minimumnormen. Verder is de Charles Vögele groep reeds sinds 2001 officieel lid van de mensenrechtenorgansatie Social Accountability International (SAI), gezeteld in New York. Deze organisatie is de uitgever en beheerder van de internationaal erkende Social Accountability 8000.

Naast bovenstaande beschikt Charles Vögele ter plekke over eigen bedrijfsauditors, die regelmatig controles bij leveranciers uitvoeren en deze bij de omzetting van diverse Corporate Social Responsibility thema´s ondersteunen. Ook de nakoming van de Occupational Health & Safety richtlijnen wordt regelmatig en onaangekondigd gecheckt. Zo worden de leveranciers 5 tot 6 keer per jaar (ook onaangekondigd) gecontroleerd en worden er 3 tot 4 keer per jaar zogenaamde „Fire-Audits“ doorgevoerd. Uiteraard ondersteunen wij de leveranciers bij de implementatie van deze richtlijnen en de opvolging ervan. Bij niet nakomen van de afspraken kan de samenwerking met een leverancier, die de veiligheidsrichtlijnen niet opvolgt, worden beëindigd.

Ik hoop dat ik hiermee uw vraag beantwoord heb.
Met vriendelijke groet,
Ingrid van Langen
Assistant to the General Manager Benelux

Mijn conclusie
Niet alle kledingbedrijven gaan onverantwoord om met hun inkoopbeleid en hun verantwoordelijkheid voor de totale keten. Toch blijft de vraag in hoeverre de activiteiten van de kledingbedrijven toereikend zijn om de arbeidsomstandigheden daadwerkelijk aan te pakken. Daarom roep ik iedereen op om alert te blijven en misstanden in de gaten te houden. En blijf je realiseren dat aan hele goedkope kleding altijd een ‘prijskaartje’ hangt. Daar wil je toch geen deelgenoot van zijn!


Geen opmerkingen: