Pagina's

maandag 24 juni 2013

Genoeg is genoeg

Het grootste verschil met de crisis in de jaren ’30 van de vorige eeuw is dat we nu bulken van de spullen. Wordt het niet hoog tijd om onze vergaarde welvaart terug te brengen tot het punt dat ons welzijn weer de overhand krijgt in plaats van dat de zucht naar welvaart ons leven beheerst?

Al sinds de Club van Rome in 1972 het rapport uitbracht getiteld “Grenzen aan de groei” weten we dat we niet op huidige manier door kunnen gaan met ons consumptiepatroon. Om de simpele reden dat onze natuur de extra consumptie niet aan kan. Niet alleen zullen op niet al te lange termijn de natuurlijk hulpbronnen, zoals olie, hun einde bereiken, ook de vervuiling die onze consumptie met zich meebrengt legt een grote druk op wat de natuur aan kan.

Het rapport toonde aan dat er grenzen zijn aan economische bedrijvigheid. Ook de natuur laat inmiddels zien dat er grenzen zijn aan de groei. De groei verloopt in cycli van bloei via wasdom tot afbraak naar nieuwe bloei. We hoeven maar naar de vier seizoenen te kijken om dat te beseffen. Niets groeit verder dan dat en kent altijd bepaalde grenzen. Als kind wordt je er al mee geconfronteerd, je goudvis wordt niet veel groter dan toen je hem kreeg. Iedere dag zwemt hij zijn vaste rondje in zijn kom. Maar zodra je hem in een vijver in de tuin te water laat blijkt dat hij groter kan worden dan in een kom. De beweegruimte is bepalend voor zijn lengte. En waarom zijn de dinosauriërs eigenlijk uitgestorven?

De natuur kent haar eigen wetten. Maar helaas zijn wij zo van de natuur vervreemd dat wij die wetten niet meer zien en voelen. Met het cartesiaans denken is niet alleen de geest uit ons systeem verbannen maar ook onze verbondenheid met de natuur. Wij zijn de natuur als beheersbaar en exploiteerbaar gaan beschouwen. En daar zijn grenzen aan, zoals de Club van Rome vaststelde.

Genoeg is genoeg
Moeten wij nu onze welvaart dan maar inleveren? Nee, natuurlijk niet maar met iets minder genoegen nemen daar is helemaal niets mis mee. Als de opkomende economieën dezelfde welvaart willen bereiken als wij dan hebben we straks twee of misschien wel drie aardbollen nodig. Inperken van de consumptie van de groeiende middenklasse in die opkomende landen is ook geen optie dat brengt slechts discussie en onrust. Wij moeten bij onszelf beginnen.


Onze welvaart is de afgelopen decennia enorm gestegen, maar onderzoek wijst uit dat ons gevoel van welzijn daarbij achterblijft. De Brits hoogleraar economie Richard Layard heeft dat mooi opgetekend in zijn boek: “Happiness”. Wij zijn meegegaan in de waanzin van de alsmaar stijgende welvaart. De hebzucht naar meer heeft het slechtste bij ons naar boven gehaald. Tijd om weer tot onszelf te komen, ons niets aan te trekken van wat een ander heeft maar tevreden te zijn met wat we hebben. Vooral aan immateriële zaken, want alleen daar ligt welzijn te behalen niet in wat we bezitten.

De menselijke maat
Toch leven we in overvloed, alleen is er sprake van een enorm keuzeprobleem. Er wordt gesuggereerd dat er nergens meer geld voor is, terwijl er toch nog iedere keer geld genoeg is als dat nodig is. Kijk maar naar de miljarden waarmee de ene bank na de andere gered wordt. Ondertussen moeten mensen in de zorg in steeds minder tijd hulp bieden aan ouderen en zieken waardoor het sociale contact volledig tekort schiet, met als gevolg dat deze groep steeds verder vereenzaamt.

De crisis die in 2008 begon met de val van de Amerikaanse bank Lehman Brothers laat ons haarfijn zien dat de economische groei van vooral de jaren ’90 waarin alles leek te kunnen zijn grenzen heeft. We raken er steeds meer van overtuigd dat we de menselijke maat uit het oog verloren zijn en dat die hersteld moet worden. Het wringt aan alle kanten want in de economie leren we ook dat stilstand achteruitgang is, we moeten groeien. Inkrimpen past daar niet in want krimpen doet pijn.

Grenzen aan de groei
Ons systeem klopt van geen kanten. Als mijn broodrooster kapot is kan ik beter een nieuwe aanschaffen, want repareren kost meer. Willen we paal en perk stellen aan de ongebreidelde groei dan moeten we beginnen met het hergebruiken van wat we al hebben. Dat kan alleen als onze arbeid goedkoper wordt en de belasting op grondstoffen omhoog gaat. Alleen dan remmen we de consumptie af en stimuleren we de dienstverlenende en circulaire economie.

Als we daarnaast ook onze binding met de natuur weten te herstellen dan helpen we niet alleen ons milieu en de biodiversiteit maar zijn we ook in staat om onszelf gezonder te maken. En dat heeft weer heel andere voordelen, waardoor automatisch ook een verschuiving ontstaan in de bulk aan kosten die we moeten maken om onze gezondheidszorg op peil te houden. Daarmee kunnen we niet alleen ons welzijn verder versterken, maar het geld weer voor hele andere mooie dingen inzetten.

Deze blog is eerder gepubliceerd op de site van the Society for Organizational Learning (SoL).

maandag 17 juni 2013

Wordt het moedermelk of poedermelk?

De blije kinderkopjes op de verpakking van babymelkpoeder zijn door het EU parlement verboden. De aanhangers van borstvoeding zijn er blij mee. Maar niet iedereen denkt er zo over. Is het betutteling of gewoon een logische beslissing?

Op 11 juni 2013 werd het verbod op afbeeldingen van baby’s op pakken babymelk van kracht. Onbewust zet de afbeelding van gezonde en blije baby’s de moeders aan tot het kopen, omdat ze ook zo’n gezond kind willen. Jarenlange streed de belangenorganisatie van borstvoeding, Baby Milk Action uit de UK, tegen de producenten van poedermelk. De belangenorganisatie verwijt de industrie oneerlijke informatievoorziening over de gezondheidsvoordelen van poedermelk ten opzichte van borstvoeding. Terwijl babymelkpoeder het niet haalt bij moedermelk.

Als je moeder gaat worden sta je op zeker moment voor de beslissing of je je pasgeborene borstvoeding gaat geven of de fles? Voor mij was de keuze niet zo moeilijk, nog voor de bevalling had ik mijn beslissing genomen om mijn baby zelf te gaan voeden. Puur gebaseerd op gevoel en in mijn ogen de meest gezonde en natuurlijke manier. Iedere moeder wil tenslotte het beste voor haar kind.

Poedermelk is handel
Wereldwijd is er bij tijd en wijle flinke kritiek op babymelkpoeder. De commotie over de hamsteractie van Nederlands babymelkpoeder door chinezen is nog nauwelijks verstomd. Ook in China willen moeders het beste voor hun (enige) kind. Maar daar wordt de keuze gemaakt voor de beste melkpoeder vanwege de enorme schandalen met houdbaarheidsdata en met melamine vervuilde melkpoeder uit eigen land.

In Afrika hebben multinationals als Coca Cola en MacDonalds de ontwikkelingslanden veroverd, alsof het volwaardige markten zijn. Zo ook de producenten van babymelk zoals Nestlé. In een continent waar de baby- en kindersterfte groot is geven de stralende baby’s op de verpakkingen de indruk dat je je baby daarmee de beste kans geeft. Maar volgens Unicef werkt poedermelk averechts en is daarmee een regelrechte ramp. Het vereist namelijk hygiëne en schoon drinkwater en daar ontbreekt het vaak aan. Moedermelk beschermt kinderen juist tegen infecties en diaree wat de levenskansen vergroot. Poedermelk wordt ten onrechte gezien als gezonder dan borstvoeding en daarnaast is het ook nog eens duur.

Moedermelkmaffia
Jammer dus dat het verbod van de EU alleen geldt voor landen in Europa terwijl er landen zijn die er meer baat bij zouden hebben. Landen waar schoon drinkwater het probleem is. Ook is er nog een ander tegengeluid te horen, niet van een producent, maar van journalist Yaël Vinckx in de NRC van 14 juni 2013. Zij vindt het verbod pure betutteling als gevolg van de actie van de ‘moedermelkmaffia’ in de persoon van lobbyist Patti Rundall van Baby Milk Action.

Vinkcx vindt dat de jonge moeders een schuldgevoel wordt aangepraat als ze moeder natuur niet de kans geven. Jammer dat zij zelf een nare ervaring heeft met het geven van borstvoeding. Ze verwart het afgetopt zijn in de eerste kraamweken, vanwege slaapgebrek en de continue zorgbehoefte van de baby, met de ongemakken van de borstvoeding. Op mij komt het over als wraak nemen op en afzetten tegen haar eigen onvermogen.

Moment van rust
Zelf heb ik het moment van het voeden van mijn kinderen altijd als rustpunten ervaren in de hectische zoektocht van het inpassen van de niet aflatende behoefte aan zorg en aandacht van de nieuwe wereldburger in het bestaande patroon van het gezin. In mijn ogen is er niets mooiers en geeft niets meer voldoening dan het geven van borstvoeding aan je kind. Het versterkt de band met je kind evenals het immuunsysteem. En makkelijk dat het is! Het is altijd op ieder moment van de dag beschikbaar op de juiste temperatuur en in de juiste samenstelling. Wat wil je nog meer?

Natuurlijk zijn er moeders waarbij de borstvoeding niet vanzelf gaat. Maar moeder natuur heeft ons niet voor niets deze faciliteit meegegeven, dus waarom zouden we het niet uitproberen? Dieren doen niets anders. Een gorillajong krijgt 3 jaar lang borstvoeding. En het argument dat borstvoeding niet mogelijk is als je buitenshuis werkt klopt beslist niet, dat heb ik zelf bewezen. Ik heb het bijna een jaar volgehouden. Een kwestie van willen en goed plannen.

Band met de vader
Toen ik zwanger was van mijn eerste sprak ik een vrouw die werkte bij een producent van melkpoeder. Zij was zelf ook zwanger en probeerde mij vol vuur te overtuigen dat niets beter was voor je baby dan flessenvoeding. Voor haar uiteraard geen borstvoeding. Van haar heb ik niet een argument gehoord waarom het beter zou zijn voor mijn kind. Het is hooguit gemakkelijker voor mij als moeder omdat je het kan uitbesteden!

Babymelkpoeder past daarmee uitstekend in onze cultuur van gemaksvoeding. En dat flessenvoeding de band met de vader bevordert zit daar echt niet (alleen) in, daarvoor zijn momenten genoeg. Ook mijn man heeft toen ik weer ging werken de fles gegeven, maar dan wel met afgekolfde moedermelk.

Voordelen en nadelen moedermelk
Zowel borstvoeding als flessenvoeding heeft zijn voor- en nadelen. Het gaat erom dat je als nieuwbakken moeder zelf de keuze maakt wat het beste bij jou past. Maar onderzoek de verschillende mogelijkheden en laat je minder leiden door wat anderen zeggen.

Wil je meer weten over de voor- en nadelen van borstvoeding en flesvoeding dan is er voldoende informatie te vinden op internet en zijn er boeken beschikbaar. Zelf heb ik erg veel baat gehad bij het boek “Handboek Borstvoeding” van de borstvoedingorganisatie La Leche League en van een lactatiekundige die gespecialiseerd is in het geven van borstvoeding.

woensdag 12 juni 2013

Voor verandering is daadkracht nodig

Op 27 april j.l. vond een manifestatie plaats op het Malieveld in Den Haag waaraan meerdere organisaties en initiatieven deelnamen. Ook de Vereniging Basisinkomen liet van zich horen.

Doel van de manifestatie was het algemeen ongenoegen kenbaar maken met de economische situatie en de wijze waarop de politiek de crisis te lijf gaat. We zitten in een periode van transitie waarvoor nieuwe ideeën, systemen, modellen maar vooral daadkracht nodig is. Er zijn diverse mogelijkheden beschikbaar om onze economie structureel te veranderen waardoor onze samenleving weer een nieuwe impuls krijgt. Helaas lijkt de politiek blind en doof voor vernieuwing en kan of wil ze er geen gevolg aan geven. Een hulpmiddel bij het aanpakken van een aantal grote problemen kan gevonden worden in de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen.

Mensenrecht
Het basisinkomen is een vast maandelijks bedrag dat zonder enige voorwaarde door de overheid wordt uitgekeerd aan alle personen in de samenleving. Vandaar dat het ook wel het onvoorwaardelijk basisinkomen wordt genoemd. Het garandeert om in ons levensonderhoud te kunnen voorzien en deel te kunnen nemen aan de samenleving (sociale participatie). Het is daarmee een mensenrecht. Immers artikel 20 van de grondwet zegt: “De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.”

Laat van je horen
Om de invoering van een basisinkomen te bevorderen is er een Europees Burgerinitiatief gestart. Als lid van de Vereniging Basisinkomen mocht ik de vereniging vertegenwoordigen en toelichting geven op het burgerinitiatief. Van mijn praatje zijn de volgende beelden beschikbaar.



Jolanda Verburg over het #basisinkomen 27 april... door johnitomusic

Nogmaals roep ik iedereen op om het Burgerinitiatief Basisinkomen te ondersteunen. Dat kan via: www.sign.basicincome2013.eu

Voor meer informatie kunt u terecht bij: www.basisinkomen.nl



woensdag 29 mei 2013

Wat is de waarde van werk?

Er zit iets scheef in ons denken als het gaat om waardering van werk. Mensen met een betaalde baan worden hoger gewaardeerd dan mensen die onbetaald werk doen. Net of onbetaald werk minderwaardig is. Hetzelfde geldt voor lager betaald werk. Levert een vuilnisman een lagere waarde voor de samenleving dan iemand die bij een bank werkt?

Het afgelopen jaar reisde ik een aantal keer naar Brussel om mee te praten over een nieuw Europees pensioenstelsel. Toen ik mijn vader daarover informeerde was het enige dat hij zei: “En heb je daar nu wat mee verdiend?” Daar stond ik dan met mijn mond vol tanden. Nadat ik was hersteld van deze ontnuchtering kon ik alleen maar uitbrengen: “Nee pap, dit was voor de politiek, er is meer in het leven dan alleen geld verdienen.”

De houding van mijn vader vergoelijk ik maar met de gedachte dat hij bezorgd is over mij en dat hij voor mij het beste wil en daarbij mij de makkelijkste weg toewenst. Maar voor mij is de makkelijkste weg niet altijd de meest voor de hand liggende, omdat ik ook de ervaring belangrijk vind. Dat ik naast inkomen vooral de uitdaging, zingeving en het leeraspect in mijn werk verkies krijg ik er bij hem niet in.

Niet achter de geraniums
De laatste jaren kom ik steeds meer mensen tegen die iets doen voor de samenleving terwijl ze er niet voor betaald worden. Die mensen doen dat vanuit hun bevlogenheid om iets te veranderen aan de samenleving of om anderen in de samenleving te helpen. Die mensen halen energie uit hetgeen ze doen, vaak is dat voldoende. Wat voor mij als een paal boven water staat is dat het waarde toevoegt. Juist dit is het nieuwe element in de economie van de 21e eeuw.

Het kan niet vaak genoeg herhaald worden: vrijwilligerswerk is ook werk! Het kan zelfs een hulpmiddel zijn voor werklozen om uit hun soms uitzichtloze positie te komen. Dat de overheid daar niet vanuit gaat blijkt uit het reclamespotje: “Doet u vrijwilligerswerk, geef dit dan door aan uw uitkeringsinstantie, want het kan gevolgen hebben voor uw uitkering.” Permanente inzetbaarheid is leidend bij een werkloosheidsuitkering. Kwantiteit boven kwaliteit.

Onlangs hoorde ik het verhaal van iemand met een chronische ziekte die niet meer kan werken maar voor de afleiding koffie schenkt in een verzorgingshuis. Met zijn scootmobiel rijdt hij naar mensen die nog minder kunnen dan hij. Maar hij is ermee gestopt omdat de sociale dienst teveel vragen stelde en hij er last mee kreeg en niet het risico wilde lopen zijn uitkering kwijt te raken. Nu zit hij doelloos thuis. Ons systeem laat niet toe dat iemand die dat wil toch iets kan doen voor de samenleving.

Waardering voor werk
“De moderne held is een werkende held” legt de Brits filosoof Alain de Botton uit. Wij voelen ons doorgaans gelukkiger op het werk dan thuis. Werk wordt namelijk hoog gewaardeerd. Niet alleen door onze omgeving maar ook door onszelf. Wij zijn wat wij doen. Mensen kunnen zich in het werk verliezen en werk gaan zien als de meest belangrijke activiteit van hun bestaan, zelfs zo erg dat privérelaties verstoord raken en gezinnen ontwricht. Ook nemen veel mensen stress op het werk of vervelende omstandigheden voor lief om hun werkzekerheid te garanderen waarbij niet slechts financiën een rol spelen. Van de ons zelf opgelegde perceptie maken bedrijven gretig gebruik.

Werk is een hoog goed geworden en de verwachtingen ten aanzien van een succesvolle carrière zijn hooggespannen. Dat wordt ons al met de paplepel ingegeven. Daarom is het voor de meeste mensen ook zo ontzettend moeilijk om met werkloosheid om te gaan. De meeste mensen identificeren zich met het werk en zodra dat wegvalt, raken ze niet alleen hun geluksgevoel - hoe klein ook - kwijt maar ook hun identiteit en status en ultimo ook het bijbehorende inkomen. Wie niet werkt wordt toch vaak wat argwanend bekeken of gezien als profiteur van het systeem, vooral als diegene een uitkering ontvangt.

Dienstbaarheid loont
Ik heb een tijd in Engeland gewerkt. In het begin verbaasde ik mij erover dat er nog functies waren als portier, liftboy, gastvrouwen die je in een gebouw naar de juiste plaats brengen en winkelbedienden die je boodschappen inpakken. Niet alleen is het erg plezierig om begeleid te worden in een onbekende omgeving, maar het heeft beslist een sociale functie en houdt mensen in het arbeidsproces die anders wellicht uitzichtloos op de bank zouden zitten.

De manier waarop wij tegen de rol en de status van werk aankijken is scheefgegroeid en moet echt veranderen als we een gezonde samenleving willen houden. Wij zijn zo doorgeschoten dat wij liever betaald op andermans kinderen passen dan onbetaald op onze eigen kinderen, want dan tel je niet echt mee in de maatschappij. Je bent pas iemand als je een baan hebt. Raar toch?

In de discussies die ik vaak voer over de invoering van een basisinkomen voor iedereen komt ook steevast de opmerking voorbij: “Ja, maar je moet toch werken voor je geld!” Ondanks de verschillen in perceptie over het soort werk wordt werken toch hoger gewaardeerd dan niets doen. Mensen willen dus wel degelijk werken, is het niet betaald dan maar onbetaald. Als dan werk zo’n belangrijke rol speelt in ons bestaan, waarom waarderen we dan niet iedereen die zich inspant voor de samenleving? Daarmee waarderen we niet alleen de burger die iets doet voor zijn medemens maar verhogen we ook de bereidheid om je in te spannen. Laten we er vandaag nog mee beginnen. Ik blijf er over praten en over schrijven.
 

donderdag 23 mei 2013

Crisis als kans

Nederland is in het verleden vaak voorbeeldland geweest. Nu lijkt die rol ver te zoeken en worden wij links en rechts ingehaald door landen die het voortouw nemen. Onze historische rol lijkt uitgespeeld. Wat is nu de volgende stap om te nemen?

Hallo wakker worden!
Nederland heeft een sterke traditie als het gaat om vrijheid en tolerantie waarbij andersdenkenden en minderheden werden gerespecteerd. Discussies over vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, euthanasie en het homohuwelijk zijn daar voorbeelden van. De laatste 10 jaar is daarin echter een kentering ontstaan, zeker na de gebeurtenissen van 9/11. Wij zijn niet meer zo verdraagzaam en uitnodigend als het gaat om andere culturen, meningen en ideeën. Terwijl dit altijd ons handelsmerk en onze kracht is geweest.

Vooral sinds de 17e eeuw hebben wij internationaal de toon gezet op terrein van de vrije handel. Jarenlang liepen wij voorop als het om ontwikkelingshulp ging en waren wij voorloper wat duurzame energie betrof, maar steeds meer hebben wij die posities laten lopen. Als voorvechter van democratie stonden wij aan de wieg van de EU. Vraag de Nederlander van vandaag of we in de EU moeten blijven en de meerderheid is tegen. We nemen niet eens meer de moeite onze voortrekkerspositie van tolerante natie hoog te houden.

Wakker worden
Toch laat niet iedereen het over zijn kant gaan. Aangewakkerd door de economische crisis is op verschillende plekken het protest te horen. De roep dat “genoeg is genoeg” en dat de ongebreidelde economische groei zijn langste tijd gehad heeft, worden steeds luider. Ondanks alle goedbedoelde pogingen blijft het heel erg bij korte acties en blijven we er vooral over nadenken en praten. En als er al actie is (denk aan Occupy) dan wordt die nauwelijks serieus genomen. De echte massale actie ontbreekt. Blijkbaar hebben we het te goed en is er geen reden om in beweging te komen. Of is de verandering waar we voor staan zo ingewikkeld dat we niet weten wat we moeten doen? Moeten we wel wat doen? En zo ja, hoe moeten we het dan aanpakken?

Hoe gek het ook klinkt, we hebben de crisis waarin we ons bevinden zelf gecreëerd, omdat we dit nodig hebben om de transitie te kunnen maken. Is het niet zo dat we pas bewegen als het te heet wordt onder onze voeten? Het is zaak dat we wakker worden en op een dieper niveau actie gaan ondernemen.

De grens van wat we kennen
De verandering is niet van dien aard dat we het verleden in een trend kunnen doortrekken naar de toekomst. De ontwikkelingen van de laatste decennia, vooral die van de wetenschap, hebben ons aan de grenzen van onze denkkaders gebracht. Wij kijken aan tegen een trendbreuk. De bekende modellen waarop we ons bestaan baseren kraken, ons wereldbeeld, onze houvast, wankelt.

De mensheid staat op het punt een dimensieverschuiving mee te maken, van de derde naar de vierde (tijd) en de vijfde (transparantie en openheid) dimensie. Alle signalen hiervoor zijn duidelijk: de neutrino reisde sneller dan de tijd; de beerputten gaan open en wat onzichtbaar was wordt zichtbaar (graaiende managers, de macht van het geld, misstanden in de Katholieke kerk, wikileaks, de macht van de multinationals, de waarheid over ons voedsel). Omdat niemand weet hoe de verschuiving plaatsvindt en wat de gevolgen zijn is iedereen in verwarring of zelf in angst.

Eenheidsbewustzijn
Waar het nu om gaat is dat we leren bewuste keuzes te maken. Daarvoor is nodig dat we naar ons innerlijk leren luisteren en beseffen dat waarde belangrijker is dan prestatie. Dat we ons uiterlijk lang genoeg gekoesterd en bevredigd hebben. Dat we de menselijke maat moeten herstellen alsook de integriteit naar onszelf en de medemens. Want vanuit het eenheidsprincipe geldt: “wat ik jou aandoe doe ik indirect mijzelf aan”. Vanuit dit principe komt gelijk de ethiek weer aan de orde en wordt de normen en waarden discussie weer hanteerbaar met herstel van tolerantie naar de ander en een gezonde gevoel van vrijheid van onszelf.

Ieder individu heeft een ander leertraject daarom is het belangrijk dat ieder zijn eigen pad kiest om te leren luisteren naar het innerlijk. Hulpmiddelen hierbij zijn rust nemen, meditatie, mindfulness, pelgrimeren, de stilte opzoeken en je verbinden met jezelf en de ander. Het startpunt hierbij is “hou het klein, dicht bij jezelf, dicht bij wie jij bent”. Als wij dit op een goede manier aanpakken dan is het voor Nederland wederom mogelijk om een voortrekkersrol in te nemen. Een rol waarbij we laten zien hoe het anders kan, een rol die we in het verleden al met goed gevolg hebben afgelegd, een rol die ons past. We kunnen het, we hebben de capaciteiten in huis, maar we moeten het wel doen!