Pagina's

woensdag 9 november 2011

Masters of the Universe

Het kapitalisme heeft door de kredietcrisis aardige imagoschade opgelopen wat het 'vrije marktdenken' geen goed heeft gegaan. De tegenhanger van het kapitalisme – het communisme – heeft in de jaren ’80 al aangetoond geen solide economisch systeem te zijn. Wat nu? Zijn er alternatieven?

We zitten inmiddels al diep in de crisis en er zijn geluiden dat het nog tot zeker 2014 op deze manier zal doorsudderen. Na de val van de muur leek het kapitalisme de grote winnaar van de Koude Oorlog, maar inmiddels zijn we daar niet meer zo zeker van. We kunnen nu concluderen dat beide systemen hun langste tijd gehad hebben en dat het tijd is voor wat nieuws. De vraag is alleen: bestaat er een manier van economie bedrijven dat nog onderbelicht is gebleven en past in de toekomstige situatie?

Jarenlang is het 'vrije marktdenken' leidend geweest in wat we doen. De aanjagers en leiders van de enorme groei – de Masters of the Universe (1) – werden vereerd als helden. We keken tegen ze op, wilden net zo zijn als zij. Nu het tegen zit hebben we de neiging om deze leiders te beschimpen en zwart te maken, we moeten tenslotte iemand de schuld geven van de ellende waar we ons in bevinden. Maar zijn we onze kritische blik al niet veel eerder kwijt geraakt?

Terug naar de basis

Nu het wat minder gaat zijn we weer met beide benen op de grond gezet. We zijn namelijk helemaal vergeten waar het eigenlijk allemaal om draait in dit leven: gelukkig zijn! En dat bereiken we echt niet door meer, meer, meer en nog meer consumeren. Ik merk dat steeds meer mensen dit besef krijgen en dat ze (soms beschaamd) vaststellen dat het zo niet meer gaat. Maar mensen zijn verward, want hoe moet het verder?

Vanaf de jaren ’60 hebben we welvaartsgroei meegemaakt. Diep geworteld is de gedachte dat onze kinderen het beter moeten krijgen dan wij. Ineens blijkt dit een utopie. Dat maakt ons angstig en stuurloos. Ook de opkomst van landen als China maakt ons bezorgd. Niet omdat we bang zijn dat het communisme nu weer de boventoon gaat voeren, maar omdat we bang zijn dat we overspoeld worden door een cultuurverandering waar we ons niet in kunnen vinden.

Herrijzenis van de Feniks
De integraal filosoof Ken Wilber spreekt over ‘transcend and include (2)’. Als we omarmen wat we hebben en wat we weten en daarop voortbouwen dan kunnen we het nieuwe bereiken. We kunnen nooit onze afkomst verloochenen of veroordelen, dan doen we onszelf tekort. Als we deze wetenschap ter harte nemen kunnen we een nieuwe toekomst opbouwen, die al het voorgaande incorporeert zodat we er sterker uitkomen.

Daarom is de tijd waarin we leven zo boeiend. De naoorlogse generatie heeft een basis gelegd voor stabiliteit. In de wetenschap hebben we de materie doorgrond. We hebben technologische hoogstandjes bereikt: de eerste mens op de maan; iedereen via internet verbonden. Daar kunnen we trots op zijn en nemen we met ons mee.

Boeddhistische economie
De tijd dat de Masters of the Universe, de ego’s, de helden, het voor het zeggen hadden is voorbij. De tijd is nu gekomen om de mens zelf te doorgronden en te erkennen dat we een ziel hebben. Ieder mens is krachtig en uniek en telt mee. Als we deze gedachte centraal stellen en ook ons ego opzij durven zetten, dan kunnen we een mooie nieuwe samenleving en economie opbouwen.

In zijn boek ‘Hou het klein’ beschrijft E.F. Schumacher de elementen van de Boeddhistische economie. Er bestaat een duidelijk verschil met de westerse denkwijze waar we beslist iets van kunnen leren.

Westerse denken:
• Arbeid is nodig om geld te verdienen.
• Wie niet werkt zal niet eten.
• Werkeloosheid is toegestaan mits er een uitkering bestaat.
• Het product van de arbeid is belangrijk, het resultaat telt.
• Groei, consumeren en goederen verkrijgen zijn belangrijk.

Boeddhistische denken:
• Arbeid is goed voor de persoonlijke ontwikkeling.
• Wie niet kan werken wordt geholpen.
• Werkeloosheid is ongewenst want belemmert persoonlijke groei.
• Het proces leidt tot ontwikkeling en is net zo belangrijk als het resultaat.
• Arbeid leidt tot een creatieve activiteit en vormt een beloning op zich.

Er is een verandering in onze samenleving zichtbaar waarbij deze vorm van economie bedrijven helemaal zo gek nog niet is. De roep om zingeving, meer betrokkenheid in de samenleving, ethisch handelen en duurzaamheid worden steeds luider. Dan volgt vanzelf de vraag: Werken we om te leven of leven we om te werken?


Bron 1:
Masters of the Universe - uitspraak uit: The Bonfire of the Vanities - Tom Wolfe
Bron 2:
Transcend and include... this is the self-transcending drive of the Kosmos - to go beyond what went before and yet include what went before... to open into the very heart of Spirit-in-action. uit: A Brief History of Everything - Ken Wilber

zaterdag 22 oktober 2011

Strikt gescheiden

We zien steeds meer dat ons werk- en privéleven met elkaar verweven worden. Dat is vooral te danken aan de digitalisering van onze samenleving en de mobiele technologie die dat mogelijk maakt. Maar de vraag is of iedereen daar wel zo gelukkig mee is?

Het is heerlijk dat we steeds meer plaats- en tijdonafhankelijk kunnen werken. ‘Het Nieuwe Werken’ heeft het gevoel van vrijheid absoluut versterkt. Mensen die geloven in eigen kracht kiezen steeds vaker voor een zelfstandig bestaan. Ook voor mensen die hun werk en gezin op een goede manier willen combineren is het een zegen als ze ook thuis kunnen werken en dichtbij zijn als de kinderen zorg nodig hebben. Vooral de digitale mogelijkheden heeft het aantal ZP-ers sterk doen stijgen. Een groei waarvan het einde nog niet in zicht is.

Grenzen stellen
Toch zijn er nog voldoende tegengeluiden te horen van mensen die helemaal niets moeten hebben van de inmenging van hun werk in hun privéleven en andersom. Als je door de technologische mogelijkheden overal en altijd bereikbaar bent is dat voor mensen die moeilijk de scheidslijn kunnen hanteren en moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen een potentiële kans op problemen. Natuurlijk is het van groot belang om zelf je grenzen te bepalen. Zo liet ik in mijn blogje van 29 juli zien dat ik op vakantie geen PC meeneem en in principe onbereikbaar ben. Als je niet goed voor jezelf zorgt ligt overbelasting op de loer en kan leiden tot ziekteverzuim of zelfs tot een burn-out.

Inbreuk op de privacy
Onlangs sprak ik met iemand van een hogeschool die resoluut aangaf werk en privé strikt gescheiden te houden. Het gesprek ging aanvankelijk over de voor- en nadelen en de gebruiksmogelijkheden van twitter. Ik liet haar zien dat je als 'ego-tripper' heel goed je eigen boodschappen kunt verkondigen door inhoudelijk te twitteren, zonder ook maar iets van jezelf prijs te geven. Maar dat je daarmee de functie van twitter als sociaal medium tekort doet. Want alleen door iets van jezelf te laten zien en de interactie aan te gaan ontstaat de verbinding met de ander. Daar ligt de winst.

Wil je sociaal zijn dan betekent dat verbindingen aangaan. “Betekent dat ook dat je over je privéleven twittert?” vroeg mijn gesprekspartner. “Ja hoor, dat hoort daar ook bij”, antwoordde ik. Als door een bij gestoken veerde zij op en zei: “Je gaat toch geen persoonlijke informatie delen met de hele wereld, dat maakt je toch ontzettend kwetsbaar?” Een boeiend gesprek volgde.

De discussie spitste zich vooral toe op wat persoonlijke en vertrouwelijke informatie is en wat niet. Ik kwam er achter dat zij totaal niets met collega’s deelt. Dat zij amper weet of collega’s getrouwd zijn, laat staan wat ze in hun privétijd uitspoken. “Maar is dat niet ontzettend jammer dat je helemaal niet over andere zaken dan over je werk met je collega’s praat?” vroeg ik haar. “Nee, helemaal niet, zolang ze niets over mijn privéleven weten kunnen ze dat ook niet tegen mij gebruiken”, was haar argument. En daarmee schetste zij in een klap de cultuur van haar organisatie: een cultuur van angst.

Succes van het verbinden
Toch is de herkenbaarheid groot. Zelf heb ik jarenlang onder dezelfde omstandigheden gewerkt. Als je maar even je masker liet zakken en je kwetsbaarheid liet zien was dat voor anderen een mogelijkheid om je onderuit te halen. Erg ongelukkig heb ik mij in die jaren gevoeld. Ik ben er achter gekomen dat vooral het aangaan van verbindingen en je kwetsbaarheid durven tonen de sleutel vormen om gelukkig te kunnen zijn in je werk en dat wens ik iedereen toe.

Mijn gesprekspartner vervolgde “Het is hier geen sociale werkplaats, we zijn professionals ingehuurd om een prestatie te leveren. Als je niet over je privéleven praat hoef je niet bang te zijn emotioneel te worden.” Ik kon alleen maar denken: “Wat een akelig gevoel om in zo’n omgeving te moeten werken. En wat een gemiste kans om echt het verschil te maken als organisatie.”

Kennis en emoties delen
Natuurlijk weet ik dat er nog zat bedrijven zijn waar scheiding tussen privé en zakelijk normaal is, maar toch ben ik iedere keer weer verrast over extreem patriarchale toestanden binnen sommige organisaties. Vooral in het onderwijs kom ik ze maar al te vaak tegen. En dat is jammer, want we leven in een veranderende samenleving. Transparantie en openheid zijn begrippen die passen binnen deze verandering. De graaiende topmanagers zijn niet langer onzichtbaar. De misstanden in de financiële sector worden blootgelegd. Zelfs de katholieke kerk ontkomt er niet aan.

Willen we een kenniseconomie worden dan zal vooral het onderwijs nog een belangrijke draai moeten maken. Willen we creatief en innovatief zijn zal er veel meer gedeeld moeten worden dan kennis alleen. Ook emoties spelen hierbij een belangrijke rol. Mijn handen jeuken om daarmee aan de slag te gaan binnen onderwijsorganisaties. Maar zolang de top van de hogescholen en de universiteiten nog sterk verankerd zijn in het ‘oude’ denken zal dat lastig zijn. Misschien moeten we wachten tot de babyboomers met pensioen gaan voordat grootschalige verandering echt kan plaatsvinden?

Je hoeft heust geen vrienden te zijn of geregeld bij elkaar over de vloer te komen, maar wat meer aandacht voor de mens achter de collega zal in veel gevallen de werksfeer ten goede komen en een impuls zijn voor nieuwe initiatieven. En die bedrijven die zich verzetten tegen transparantie en openheid zullen vanzelf verdwijnen omdat de nieuwe generatie daar niet wil werken.

dinsdag 4 oktober 2011

Kennis en ervaring in de wachtkamer

“Doet u vrijwilligerswerk? Geef dit dan aan bij uw uitkeringsinstantie, want het kan gevolgen hebben voor uw uitkering.” Ik erger mij groen en geel aan dit radiospotje. Waar zijn wij nu helemaal mee bezig in dit land?

Alle bedrijven zitten in een kramp vanwege de crisis en bewegen voor geen meter. De arbeidsmarkt zit volledig op slot omdat geen enkel bedrijf een beslissing durft te nemen. Door deze afwachtende houding van de werkgevers neemt de werkloosheid eerder toe dan af. Moeten al die werklozen ook afwachtend toezien op wat komen gaat? Laat ze lekker vrijwilligerswerk doen dan beweegt er in ieder geval nog iemand in dit land.

Juist de mensen met het hart op de goede plaats die niet werkeloos op de bank gaan zitten maar de handen uit de mouwen willen steken voor de samenleving worden door één reclamespotje de boom ingejaagd. Wie neemt er dan nog de moeite om iets goeds te doen voor een ander als daarmee je uitkering in gevaar komt? Niemand toch! Terwijl het juist ontzettend goed is om mensen, op welke manier dan ook, aan het werk te houden. Daarmee blijven vaardigheden behouden of worden juist uitgebreid.

Slimme inzet
Hebben de uitkeringsinstanties niets beters te doen dan mensen schrik aan te jagen? Ze kunnen beter creatief meedenken met de werklozen om ze op een goed manier weer ingezet te krijgen. Laat ze met de bedrijven innovatieve oplossingen bedenken om meer mensen actief aan de slag te laten gaan. In de jaren ’80 hadden we zo iets als arbeidstijdverkorting. Dat was pas slim. Iedereen iets minder werken zodat meer mensen actief konden zijn. Waar zijn dergelijke regelingen nu?

Door de overheidsbezuinigingen raken veel NGO’s en Goede Doelen organisaties hun subsidie kwijt waardoor ze met minder arbeidskrachten hetzelfde werk moeten doen. Laat vrijwilligers en werklozen daar een helpende hand bieden. Als ze deze organisaties helpen omvormen zijn die in de toekomst in staat op een andere manier te werken.

Veel zelfstandigen zonder werk
Uit de werkeloosheidscijfers blijkt dat wij het in Nederland ten opzichte van de EU nog niet zo slecht doen. De laatste cijfers van het CBS komen uit op 5,3%. Een prima percentage als we onze economen mogen geloven, binnen de marge van een evenwichtige arbeidsmarkt die ligt tussen 5 en 6%. Daaronder is slecht voor de flexibiliteit en verhoogt de druk op de lonen en boven de 6% is slecht voor de sociale lasten.

Toch denk ik dat het percentage hoger is dan wordt aangenomen. Een grote groep die niet in de cijfers voorkomt zijn de zelfstandigen (ZP-ers of ZZP-ers) waarvan er velen op dit moment geen of weinig werk hebben. Zij zijn de flexibele schil rondom de arbeidsmarkt die de ergste klappen opvangt en die niet tot uitdrukking komt in de cijfers. De omvang van deze groep is bekend, maar hoeveel van deze zelfstandigen momenteel geen werk hebben blijkt moeilijk te achterhalen.

Onbenut vermogen

“Onze economie verkeert in zwaar weer”, zei minister de Jager op Prinsjesdag, “waarbij alle zeilen moeten worden bijgezet en alle mogelijkheden benut.” De afwachtende houding van werkgevers werkt door naar de werkvloer waar ook de actie stokt met alle gevolgen van dien. United Sense doet al jaren onderzoek naar het onbenut vermogen in organisaties met soms schokkende uitkomsten. Ik ben er van overtuigd dat in deze crisistijd de cijfers nog verder zijn opgelopen.

Willen we onze economie uit het slop halen dan moeten we alle capaciteit benutten die er is, zowel binnen organisaties als de mensen die nu zonder baan of werk aan de kant staan. Dat betekent dus niet de vrijwilligers en ‘werkwillenden’ ontmoedigen, maar juist stimuleren en de kans geven om wat te gaan doen. De mensen die nu aan de kant staan zien met lede ogen aan dat de economie tot stilstand is gekomen. Zij staan te popelen om daar iets aan te doen.

Frisse wind
Laten we ophouden met afwachten. De oplossing komt toch niet van buitenaf. Iedereen is in staat om het tij te keren. “Vreemde ogen dwingen”, luidt het spreekwoord, laten we dat ter harte nemen. Als het bedrijfsleven massaal mensen die nu aan de kant staan een kans geeft om een aantal uren per week betaald in actie te komen, dan zullen zij door de frisse wind die er binnen de bedrijven gaat waaien, veel mensen mee krijgen in de weg omhoog. Het is net als met de beurskoersen: het is een en al sentiment wat ons drijft. Waar wachten we nog op?

vrijdag 23 september 2011

Reddingsplan Griekenland

Griekenland staat op de rand van de afgrond. Een faillissement lijkt onafwendbaar. Een mooi moment om het roer volledig om te gooien. Tijd voor iets nieuws. Tijd voor het invoeren van een onvoorwaardelijke basisinkomen.

Vorig jaar nog was ik in Griekenland op vakantie. Deze keer naar Rhodos, een van de Griekse eilanden. Ik vind het een heerlijk vakantieland. Wat het vooral boeiend maakt, naast het altijd goede weer, is de geschiedenis van het land en de vele bewaarde oudheden. Interessant vanwege de niet te onderschatten en basale invloed die dat heeft gehad op ons leven van vandaag. Ons huidige democratisch staatsmodel, het rechtssysteem, het onderwijs, de ethiek, de filosofie vindt voor een groot deel haar oorsprong in het oude Griekenland. We kunnen niet ontkennen dat Griekenland de bakermat van onze beschaving is, dat zie je en dat voel je vooral als je daar bent.

Omdat in het oude Griekenland de basis is ontstaan van de systemen die wij nu hanteren is het misschien een mooie gelegenheid om aldaar een nieuwe systeem in te gaan voeren. Namelijk een onvoorwaardelijke basisinkomen, een nieuwe vorm van overheidsfinanciering, op zich niets nieuws, alleen anders ingericht. Met de invoering van een basisinkomen wordt direct het overheidssysteem geherstructureerd. En als we de media mogen geloven ligt daar een groot deel van de problematiek waardoor Griekenland in de huidige penibele situatie is terecht gekomen.

Basisinkomen
En wat is dan het basisinkomen, hoor ik je denken. Het betreft een individueel, levensloop gebonden vast inkomen, waarmee elk mens, op gelijke voorwaarden, een bestaanszekerheid kan opbouwen. Geen uitkeringen meer, geen ingewikkelde fiscale toeslagen, subsidies of AOW, maar gewoon een vast bedrag per persoon, jong en oud. De hoogte van het basisinkomen wordt slechts bepaald door de leeftijd en verder niets. Het onderwerp onvoorwaardelijk basisinkomen is beslist niet nieuw. De Vereniging Basisinkomen bestaat inmiddels al 20 jaar. Ook in het buitenland is dit begrip bekend en er wordt in de praktijk al mee gewerkt.

Voor informatie over het basisinkomen zijn verschillende bronnen te raadplegen. Te beginnen bij het boek van Jan-Frank Koers getiteld Nieuw Nederland. In heldere taal legt hij uit hoe het basisinkomen in elkaar zit en hoe dit gefinancierd kan worden. Het boek vormt de basis van de daaruit ontstane politieke partij Nieuw Nederland, de politieke partij in Nederland die het onvoorwaardelijk basisinkomen hoog op de agenda heeft staan. Alle ander partijen die het er over hebben verbinden voorwaarden aan het ontvangen van een basisinkomen. Dat doet Nieuw Nederland niet. Beoogd wordt een maximaal effect voor mens, samenleving en economie.

Het basisinkomen brengt een sterke vereenvoudiging van de overheidsfinanciering en daarmee een afgeslankte hoeveelheid ambtenaren met zich mee. Het basisinkomen vervangt alle verstikkende regelingen, zoals het gekrakeel van nu over de pensioenleeftijd. Maar het allergrootste voordeel is dat het mensen een vrije keuze geeft en meer mogelijkheden voor ontplooiing op basis van eigen verantwoordelijkheid. Minder loonslaaf, minder stress. Minder Mentaal Verzuim, dat volgens de laatste onderzoeken op kan lopen tot 60 à 70% van de in Nederland werkende mensen (ca. 8 miljoen). Als aan de basisvoorziening is voldaan kunnen mensen het werk gaan doen wat ze leuk vinden. En als mensen doen wat ze leuk vinden en daardoor lekkerder in hun vel zitten gaat ook de productiviteit omhoog. Dat is gelijk weer gunstig voor de economie. En dat maakt de cirkel rond.


Hulptroepen naar Griekenland
Wat nodig is om tot invoering van een basisinkomen over te gaan is een proeftuin om in de praktijk te laten zien dat het werkt. En daarmee kom ik weer terug op Griekenland. De Grieken staan met hun rug tegen de muur, de overige lidstaten zitten met hun handen in het haar. Nog meer geld toesturen betekent in stand houden van de oude machtsstructuur die er nu heerst en dat lost dus niets op, maar kost de economie veel geld met alle risico’s van dien. Het enige dat Europa op dit moment kan doen is mensen en middelen inzetten om Griekenland een nieuwe weg in te laten slaan.

Mijn voorstel zou zijn: laat een groep deskundigen uit de Vereniging Basisinkomen, Nieuw Nederland en diverse economen en financiële experts, aangevoerd door Jan-Frank Koers, onder mandaat van de Europese Unie, naar Griekenland afreizen om de invoering van het basisinkomen in gang te zetten. Eenmaal ingevoerd kunnen alle landen van de Europese Unie individueel tot invoering overgaan. Als we dan nu met z’n allen constateren dat we een nieuwe weg moeten inslaan omdat de huidige weg een doodlopende blijkt te zijn, laten we daar dan zo snel mogelijk mee van start gaan, liefst vandaag nog.

Teken de petitie
Enthousiast over een onvoorwaardelijke basisinkomen teken dan de petitie voor de invoering.

zaterdag 10 september 2011

10 september: Gedenkdag

We weten allemaal nog waar we waren en wat we deden op 11 september 2001. Voor mij is deze dag ook gedenkwaardig, maar niet zozeer vanwege het drama dat zich op die dag voltrok, meer vanwege de gebeurtenis de dag ervoor.

Voor mij heeft 9/11 een totaal andere betekenis dan voor de meeste mensen in de wereld. Ik was een aantal weken zwanger van mijn tweede kind, tot het moment dat ik op kantoor ineens in een plas bloed zat. Foute boel wist ik meteen. Nog voel ik de brok in mijn keel toen ik mijn man belde om hem het slechte nieuws te vertellen. Wie ooit een miskraam heeft gehad weet precies hoe ik mij toen voelde.

De volgende ochtend ben ik weer aan het werk gegaan, de beste afleiding. De huisarts had gezegd dat ik in de komende dagen maar even langs moest komen, maar het had geen haast. Half verdoofd niet bewust van mijn omgeving werd ik ’s middags door een aantal collega’s geroepen. Er was een vliegtuig tegen het WTC in New York gevlogen. Internet lag direct plat, maar op de afdeling opleidingen stond een televisie. Daar ter plaatse zagen wij het tweede passagiersvliegtuig de tweede toren binnenvliegen.

Het gevoel wat mij toen bekroop vergeet ik nooit meer. Onmiddellijk besefte iedereen dat het geen ongeluk was. De derde wereldoorlog was aangebroken. Op dat moment kon ik mijn tranen niet meer bedwingen. Gelijk besefte ik waarom mijn kindje niet op deze wereld had willen komen. En dat ons een tweede kind bespaard bleef in deze vijandige mensonvriendelijke wereld.

De volgende ochtend stond de vertegenwoordigster van Moeders voor Moeders op de stoep. Helemaal vergeten haar af te zeggen. Ik voelde mij verschrikkelijk. Toch deed zij een zwangerschapstest en tot mijn stomme verbazing sloeg die positief uit naar de hoogste score. Onmiskenbaar, ik ben toch nog zwanger. Ik begrijp er niets van. ’s Middags bevestigt de dokter dat het zo is. Niet veel later gevolgd door een echo waarop een hartje zichtbaar is. Er is dus toch een tweede kind op komst.

8 maanden later
Het is maandagmiddag en ik drentel wat door het huis omdat de weeën zijn begonnen. Aan het begin van de avond belt mijn vader. “Heb je de televisie aan staan en het nieuws gehoord?” “Nee”, zeg ik, “ik wil even niets aan mijn hoofd want de weeën zijn begonnen.” “O, dan laat ik je maar met rust.” Hij wenst mij sterkte en hangt op. Natuurlijk is mijn nieuwsgierigheid gewekt en kom er achter dat Pim Fortuyn is neergeschoten, naar later blijkt dodelijk getroffen.

Nog voor de dag om is beval ik van een gezonde zoon, het is 6 mei 2002. Net zo bizar als het begin van de zwangerschap, is de afloop. Na de bevalling blijkt dat er aan de placenta een tweede vruchtzak zit. En daarmee vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. Ik had inderdaad een miskraam de dag voor 9/11. Ik moet nu leven met het idee dat ik eigenlijk een tweeling zou hebben gekregen. Nu jaren later is voor mij 10 september nog altijd de dag dat ik een kind verloor. Een kind dat liever aan de andere kant wilde blijven, waarom zullen we nooit te weten komen.