Pagina's

vrijdag 29 juli 2011

Sociale media en mindfulness

Hè heerlijk, het is weer vakantie. Even afstand nemen van de dagelijkse beslommeringen van thuis, het werk, het moeten. Tijd om tot jezelf te komen en toe te geven aan het niets doen. Slow down. Maar lukt ons dat wel in deze door de digitale technologie gedomineerde tijd?







foto: Chambord







Bij aankomst in ons hotel in de Loire zei de receptioniste dat de televisie kapot was en dat ze zo snel mogelijk een vervanging zou regelen. Wij hebben dat resoluut van de hand gewezen, voor ons hoefde ze geen moeite te doen. Onze kinderen mopperden wat toen wij vertelden dat de tv kapot was, maar ook dat was van korte duur. Tenslotte hadden ze hun iPod meegenomen en stroom hadden we gelukkig wel, dus geen nood. En daarnaast was de Franse taal toch ook wel een belemmerende factor.

In tegenstelling tot mijn kinderen heb ik tijdens de vakantie bewust al mijn elektronische apparatuur thuis gelaten. Even afstand nemen van het werk, tot rust komen en bijtanken. Geen telefoon, geen computer, geen kranten, geen televisie. Kortom de wereld even buiten sluiten. Door bezoeken aan kastelen in de Loire maken we letterlijk een duik in het verleden en weten we de wereld daadwerkelijk buiten te sluiten. Opgeladen en vol inspiratie is het weer fijn om thuis te komen.

Er heerst chaos in de wereld
Terug van vakantie heb ik sterk de behoefte om nog even in ‘Slow’ te blijven hangen. Maar al rap wordt er weer aan mij getrokken om zaken op te pakken en in de versnelling te gaan. Hoewel ik werken leuk vind had ik deze keer toch sterk de behoefte de buitenwereld buiten te laten. Er heerst zoveel chaos overal. Aan de randen van Europa lopen de schulden op. Landen dreigen failliet te gaan als we niet ingrijpen. Europees topberaad moest er aan te pas komen om de zaken weer enigszins op de rails te zetten.

De kranten laten bedrijven aan het woord die naar aanleiding van de kwartaalcijfers een winstwaarschuwing afgeven. Ik kan alleen maar concluderen dat de kredietcrisis toch tekenen van een dubbele dip begint te vertonen. Dat al deze berichtgeving bij mensen de stoppen doet doorslaan is ineens niet vreemd. Een paar maanden gelden kwamen mensen in het noorden van Afrika massaal in opstand en gingen de straat op. Nu slaat de vlam in de pan bij een verwarde man in Noorwegen, waar hij een waar bloedbad aanricht.

Op 2 augustus moet de Amerikaanse President Obama met een plan komen om niet aan de haast onafwendbare schuldencrisis ten onder te gaan. Een vriendin van mij is al aan het hamsteren geslagen. Zij denkt dat de VS omvallen en daarmee de hele wereld meesleurt waardoor er straks geen geld meer uit de pinautomaat komt. Zij ziet niet dat de hegemonie van Amerika voorbij is. De overige (opkomende) grootmachten laten dat echt niet gebeuren en vormen de tegenhanger om het niet zover te laten komen. Al snel na thuiskomst hoort de vakantie tot het verleden.

Ons bewustzijn aanspreken
Na al dit soort berichten zou ik heel graag weer terug willen naar mijn vakantieadres in Frankrijk, even de wereld vergeten. Waar ik mij nu sterk over verbaas is het grote aantal mensen dat ik om mij heen zie en hoor die vanuit hun vakantieadres twitteren of e-mails versturen. Ieder met een andere reden. De een wil bijblijven zodat het werk niet in de soep loopt. De ander laat wat van zich horen zodat het dievengilden denkt dat ze gewoon thuis zijn. En de volgende wil
gewoon op de hoogte blijven (van de chaos).

Wat laten we ons toch gek maken! Moeten we dan alles volgen wat er gebeurt? Missen we iets als we er even niet zijn? Geen wonder dat we mindfulness trainingen nodig hebben, we kunnen niet meer loslaten en in het nu leven. Op deze manier is de digitalisering van onze samenleving eerder een vloek dan een zegen. We worden geachte overal en altijd bereikbaar te zijn. Is dat de bedoeling van social media? Ik mag toch hopen van niet.

Verveling leidt tot creativiteit
Mijn kinderen vervelen zich als er geen stroom in de buurt is. “Ga toch lekker buiten spelen, hutten bouwen, in de sloot poeren of er gewoon overheen springen”, roep ik dan.
Bij volwassenen is het al niet anders. Terwijl we allemaal weten dat uit afstand nemen en tot rust komen de meeste creativiteit geboren wordt. We boren daardoor een diepere laag van ons bewustzijn aan. Een absolute voorwaarde om onszelf niet te verliezen en afgesloten te raken van gevoel en emotie. Helaas zijn we vergeten dat we een binnenwereld bezitten, een enorme bron van inspiratie en kracht. We doen onszelf en de wereld tekort als we daar niet van tijd tot tijd naar luisteren.

Voor mij is een vakantie pas echt waardevol als ik alles los kan laten. Als ik niets hoef, een paar boeken kan lezen, in een andere omgeving ben en bij voorkeur een andere cultuur kan opsnuiven. Daar hoef ik niet eens heel ver voor weg. Als ik de digitale wereld achter mij kan laten om te luisteren naar mijn innerlijke stem, dan kan ik er weer voor lange tijd tegen.

vrijdag 17 juni 2011

Ziek zijn is goed voor onze economie

Ik word altijd zo verdrietig van berichten in de krant die alternatieve geneeswijzen afkraken. Waar is dat toch goed voor? Blijkbaar duldt de reguliere gezondheidszorg geen concurrentie en claimt zij de alleenheerschappij op dit vakgebied. Leven en laten leven, zou ik zeggen. Waar is de reguliere gezondheidszorg toch zo bang voor?

Onder de kop: “Waarom vergoeden we die dure nepmedicijnen toch?”, was het onlangs weer helemaal raak met een artikel in het NRC Handelsblad. Omdat we de zorgkosten, mede door de vergrijzing, flink zien stijgen moeten er voorstellen op tafel komen om de kosten in de hand te houden. Omdat de geldpot kleiner wordt moet de alternatieve zorg worden ingeperkt, vond de huisarts in het artikel. Blijkbaar voelt hij zich bedreigd. Als een patiënt dit zou schrijven zou ik mij pas echt zorgen gaan maken.

Het artikel suggereert dat mensen die zich bezig houden met alternatieve zorg alleen maar uit zijn op snel rijk worden. Men neme een neppil en brengen dat voor veel geld op de markt, liefst gefinancierd door de ziektekostenverzekeraar. Als ik naar de rekeningen kijk die in de reguliere zorg gepresenteerd worden en deze vergelijk met de alternatieve zorg dan kan ik alleen het omgekeerde concluderen. Maar dat zal wel mijn beeldvorming zijn. Tenslotte moeten de grote ziekenhuizen ergens mee gefinancierd worden.

Wat de boer niet kent….
Waarom kunnen we niet gewoon accepteren dat er meer is tussen hemel en aarde? Hoe vaak is niet de werking van placebo’s wetenschappelijk bewezen? Zit dat tussen de oren? Ja, dat zit tussen de oren en juist omdat de menselijke geest sterker is dan we vaak willen inzien. Gelukkige en actieve mensen zijn gezonder en leven vaak ook langer. Daar hebben ze geen pilletje voor nodig.

Natuurlijk zit altijd wel ergens kaf tussen het koren, zowel in de reguliere als in de alternatieve zorg. Maar dat betekent toch niet dat alle alternatieve zorg per definitie niet deugt. Ook behandelwijzen in de reguliere zorg werkt bij de ene patiënt wel en bij de ander niet. Net zo als het ene medicijn wel werkt wel en het andere niet. Dat ligt toch niet aan het medicijn of de behandeling? Dat ligt aan het feit dat ieder mens anders is.

En wat is trouwens alternatief? Vroeger was er alleen sprake van natuurgeneeswijze. We leefden dicht bij de natuur en mensen vonden verlichting voor hun kwalen in kruiden uit de natuur. Tot de wetenschap zich aandiende, de farmaceutica haar intrede deed en men met chemicaliën aan de slag ging. Toen is de natuurgeneeswijze als ‘alternatief’ bestempeld of soms nog erger afgedaan als ‘kwakzalverij’. En de nieuwe inzichten werden ‘regulier’.

De depressie-epidemie
Sinds een aantal gedegen studies van onder andere Trudy Dehue zijn we de rol
van de farmaceutische industrie ook in een ander licht gaan bezien. We zijn nooit eerder zo rijk en welvarend geweest, maar toch zijn er nooit eerder zoveel anti-depressiva gebruikt. Dehue stelt deze enorme toename kritisch aan de orde in haar boek “De depressie-epidemie”. Zijn we niet doorgeslagen in het gebruik van medicijnen uit de reguliere gezondheidszorg? Is aandacht voor de mens niet hetgeen we in tekort geschoten zijn?

Water als informatiedrager
Anderhalf jaar geleden was ik op een congres waar Masaru Emoto een lezing verzorgde. Deze wetenschapper uit Japan (steevast als pseudowetenschappen aangeduid) onderzoekt water in relatie tot de omgeving. Hij heeft prachtige foto’s gemaakt van waterkristallen. Het bijzondere van zijn foto’s is dat hij heeft weten vast te leggen dat schoon water met schitterende kristalvorming gepaard gaat, terwijl de structuur van vervuild water ongedefinieerd (amorf en chaotisch) van vorm is. Hij toont daarmee aan dat invloeden van buitenaf gevolgen heeft voor de moleculestructuur van het water. Hij ging nog een stapje verder door aan water ‘liefde’ en ‘aandacht’ toe te voegen, met prachtige kristalvormen als resultaat.

Emoto heeft bewezen dat water informatie kan bevatten. De mens bestaat voor 70% uit water, dus is de wetenschap van Emoto daarmee uiterst interessant voor de mens. De homeopathie wordt nogal eens verweten dat ze met zeer verdunde oplossingen werkt. Maar als we aannemen, wat Emoto aantoont en wat placebo’s ons al hebben laten zien, dat de homeopathie meer effect heeft dan we wetenschappelijk kunnen bewijzen? Is dat dan niet voldoende? Het gaat toch om het welzijn van de mens!

Ziek zijn is handel
De keuze om bepaalde medicijnen al dan niet in het vergoedingenstelsel van de zorgverzekeraars te laten opnemen wordt vooral gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Wat als nu veel patiënten baadt hebben bij alternatieve zorg en homeopathische geneesmiddelen? Waarom zouden we die niet vergoeden. Laten we stoppen met onnodige medicatie en vaak dure medische ingrepen. De reguliere zorg is ook niet altijd zaligmakend. Voor alle medische fouten die jaarlijks in Nederlandse ziekenhuizen gemaakt worden hebben we een compleet ziekenhuis nodig om die mensen in op te vangen en weer gezond te maken.

De wereld zit raar in elkaar. Geld en economie domineert. Zolang mensen zich niet goed voelen en zorg nodig hebben stijgen de uitgaven en dus het Bruto Binnenlands Product (BBP). En algemeen is bepaald dat de stijging van het BBP, oftewel de stijging van de economische bedrijvigheid, goed is. Want een opgaande en stijgende economie is gunstig, wordt ons voortdurend door economen voorgehouden. Hoezo gunstig? De hieruit af te leiden conclusie is: naarmate er meer mensen ziek zijn is dat beter voor onze economie.

Met de huidige discussie over alle bezuinigingen in de zorg in volle gang, maak ik mij ernstig zorgen. Wat wij en vooral de politiek nodig hebben is kennis van ons eigen ziektebeeld. Als we daar nu eens mee beginnen dan kunnen we pas echt goede toekomstbestendige keuzes maken.

vrijdag 10 juni 2011

Hoop voor de toekomst

Afgelopen dinsdag was ik op uitnodiging van de Rabobank bij een diner van de groep HopeXXL. Een bevlogen groep jongeren die samen discussiëren over maatschappelijke vraagstukken en problemen. Ik was verrast over de bevlogenheid en het idealisme van deze groep jonge mensen die heel begaan zijn met wat er gaande is in de wereld.

Vanwege mijn betrokkenheid bij de het project Fairtrade Gemeente Culemborg was ik samen met andere ondernemers uit de regio uitgenodigd voor een biologisch diner met de regionale groep van HopeXXL. Het thema Duurzaamheid en Economie stond tijdens dit diner centraal. Het doel van de avond was het delen en uitwisselen van de visie van de jongeren met de lokale ondernemers. Het geheel leverde boeiende gesprekken en interessante discussies op.

Ontstaan van HopeXXL
De groep is opgezet vanuit de gedachte dat Nederland nooit helemaal klaar is. Hoewel we het in ons land sinds de industriële revolutie steeds beter hebben gekregen zijn er altijd zaken die beter kunnen. Door de groei van de wereldbevolking neemt de druk op onze natuur toe. Dat heeft gevolgen voor alle levende wezens op aarde, hetgeen tot wereldwijde spanningen leidt. Om het niet uit de hand te laten lopen zal er actie ondernomen moeten worden.

Een groep van 10 jongeren uit de omgeving van de Liemers in Oost-Gelderland zijn in 2008 gestart met het opstellen van een lijst – de Liemers List – met 100 stellingen voor een betere en eerlijkere wereld. Onderwerpen op de lijst variëren van economie, ontwikkelingssamenwerking, duurzaamheid tot oorlog & vrede. De stellingen zijn vervolgens besproken met prominente Nederlanders. Het resultaat – een lijst met 100 aanbevelingen die de wereld kunnen veranderen – is begin 2010 landelijk gepresenteerd.

Landelijke uitdaging – lokale zichtbaarheid
In heel Nederland zijn inmiddels diverse groepen jongeren tussen 18 en 25 jaar regionaal met de aanbevelingen aan de slag gegaan. Zij komen maandelijks bijeen om te discussiëren over thema’s uit de lijst en maken deze bespreekbaar met burgers en ondernemers uit hun regio. HopeXXL is onderweg een succes te worden en uit te groeien tot een landelijke beweging.

Tijdens het diner presenteerden de jongeren een aantal thema’s en de resultaten van hun eigen bijdragen aan het project. Het geheel werd gevolgd door een discussie met de genodigden. Vanwege de achtergrond van de ondernemers en de studierichting van de betreffende jongeren ontstonden uiteenlopende discussies. Zoals de rol die het onderwijs zal gaan innemen in de toekomst. Welke vormen van alternatieve energie zijn realiseerbaar? De vraag in welke mate de welvaart terug zal lopen in de westerse samenleving en hoe we ons daar op in kunnen stellen.

Bijdrage aan de VN



Het uiteindelijke doel van HopeXXL is de presentatie van de Liemers List aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De aanbevelingen dienen als bijdrage aan een slagvaardiger Verenigde Naties die daarmee in staat zal zijn om in 2050 aan negen miljard mensen een menswaardig bestaan te garanderen.


Mijn conclusie van HopeXXL: Zelf buig ik mij al jaren over de thema’s waar de jongeren van HopeXXL mee bezig zijn. Ik ben blij dat er een nieuwe jonge generatie klaar staat die de problematiek waar we voor staan inziet en de noodzakelijke actie onderneemt om er iets aan te doen! Mijn motto: “verander de wereld en begin bij jezelf” wordt door hun opgepakt en uitgedragen. Na een heerlijk maar bovenal gezonde maaltijd met een uitermate prettig en inspirerend gezelschap ging ik als een heel tevreden mens op weg naar huis met het gevoel: Er is hoop voor de toekomst!

dinsdag 31 mei 2011

Persoonlijk leiderschap werkt


In tijden van crisis waarin mensen hun baan verliezen, er overnames zijn en reorganisaties plaatsvinden is het lastig om positief te blijven over het bedrijf waar je werkt. Daar waar onzekerheid en onvrede op de loer liggen is een kritische noot gauw geplaatst. Durf jij in deze lastige tijd op feestjes nog vol trots over je werk te praten?

Geregeld hoor ik dat mensen de behoefte hebben om trots te zijn op de eigen organisatie. Maar dat ze dat helaas niet zo kunnen ervaren. Dat is ontzettend jammer voor zowel de werknemer als de werkgever. Werken maakt een belangrijk deel uit van het leven dus is het wel handig als dat een beetje prettig is. Daarnaast biedt werk de mogelijkheid aan mensen om zich te ontplooien. Voor de werkgever is het eveneens van belang omdat niet gemotiveerde mensen minder bijdragen aan het resultaat.

Actiebereidheid ontbreekt
Mensen die lekker in hun vel zitten presteren gewoonweg beter. Al een aantal jaren help ik bedrijven om hiervoor open te staan en hun werknemers niet louter als arbeidskracht te beschouwen. Een lastig onderwerp. Een paar jaar geleden kwam ik de term Mentaal Verzuim® tegen van United Sense. Mentaal Verzuim® houdt in dat we niet betrokken zijn bij het werk of de organisatie waardoor taken worden verzuimd en verantwoordelijkheden worden verzaakt. Uit hun onderzoek blijkt dat bij bepaalde bedrijven wel 40% to 60% Mentaal Verzuim® bestaat, ook wel aangeduid met Onbenut Vermogen®. Recente schattingen wijzen op dat dit onbenutte vermogen de samenleving zo’n 30 miljard kost. Daar valt dus nog wel wat winst te behalen.

Uit onderzoek van Berenschot blijkt dat Nederland in de wachtstand staat. Door de kredietcrisis zijn we zo in de stress geschoten dat we verlamd zijn en helaas niet meer tot actie in staat. Dat geldt bijna voor iedere branche. Maar hoe kunnen we deze vicieuze cirkel doorbreken en weer met plezier in actie komen? De eerste stap is erkennen dat we massaal last hebben van dit fenomeen. Want de ontkenning staat de oplossing in de weg. De volgende stap die genomen moet worden is dat we het heft in eigen handen nemen. Want met afwachten komen we nergens.

Aandacht en zelfsturing helpt
Onlangs had ik een gesprek met een medewerker van een grote gemeente. De afdeling staat op de nominatie om opgeheven te worden. Geen leuk vooruitzicht dus. Na wat heen en weer gepraat bleek de medewerker vol ideeën over hoe de afdeling wel een zinvolle bijdrage zou kunnen leveren. “Maar waarom kaart je dat niet aan bij de leidinggevende?” was mijn vraag. “Omdat er toch niet geluisterd wordt, de leidinggevende is alleen bezig met zijn eigen positie.”

Ik heb de persoon geadviseerd zijn lot in eigen hand te nemen in plaats van lijdzaam af te wachten. Dat ik daarmee de spijker op zijn kop had geslagen bleek uit het gesprek wat ik een tijdje later met hem had. Hij had de weg omhoog weer gevonden. Mede doordat hij bij mij een luisterend oor vond. Zelfsturing en eigen zeggenschap zijn belangrijke punten die genoemd worden als het gaat om verbetering van de arbeidsomstandigheden. Geef mensen sturing over hun eigen omstandigheden en het gevoel van verantwoordelijkheid neemt vanzelf toe. Geef daarbij wat persoonlijke aandacht en de medewerker zal een positief signaal afgeven naar zijn omgeving.

Talent benutten
Het lot van de middelmanager is vaak dat ze hun tijd en aandacht moeten verdelen tussen de medewerkers en hun leidinggevende. Voeg daarbij nog de eigen werkzaamheden en de prioriteiten zijn dan gauw gemaakt. Toch zou iedere manager de tevredenheid van de eigen medewerkers als topprioriteit moeten adopteren. Want ontevredenheid op de werkvloer leidt tot onbenut vermogen en straalt vroeg of laat af op de manager zelf.

Zodra managers vertrouwen neerleggen bij hun medewerkers, hoeven ze op termijn niet meer bang te zijn voor hun eigen positie, omdat het resultaat vanzelf komt. Maar om de controle uit handen te geven is lef nodig. Ricardo Semler (foto), een Braziliaanse ondernemer, weet dat als geen ander. Hij heeft op basis van deze gedachte een bloeiend bedrijf gesticht en kan zich zelf alle vrijheden permitteren die maar denkbaar zijn. Zonder hem draait de zaak gewoon door.

Trots zijn op wat je doet is van groot belang om tegenwicht te bieden aan elk negatief signaal. Uit psychologische onderzoek blijkt dat een negatieve opmerking of referentie langer blijft hangen dan een positieve. Dat gevoel van trots zit in hele kleine dingen maar heeft vooral te maken met (h)erkenning en de mogelijkheid om zelfstandig te kunnen handelen. Dus zodra we het talent van mensen inzien en weten aan te spreken hoeven we geen controle meer uit te oefenen. Pas dan wordt ons leven een stuk gemakkelijker en aangenamer en kunnen we trots zijn op onszelf en op de organisatie.

Boek aanbeveling: Semco-stijl - Ricardo Semler

vrijdag 29 april 2011

Wat heeft het gezin met het werk te maken?

Onlangs was ik bij een lezing van Paul de Blot op Nyenrode. Nog steeds ben ik geraakt door de boodschap die hij uitdroeg. Blijkbaar heb ik iets heel wezenlijks ervaren.

“In ons werk streven we het liefst naar een gevoel van thuis zijn” verklaarde de Blot. “Wij willen erbij horen, gewaardeerd worden, in harmonie samen zijn, gezamenlijk problemen oplossen en zaken realiseren zodat ons voortbestaan gewaarborgd is. Kortom wij zijn op zoek naar een familieband.” Bij mij sloeg die opmerking in als een bom. Jarenlang heb ik mij in zeer vijandige macho-omgeving staande weten te houden. ’s Morgens zette ik een knopje om en deed mijn ding en ’s avonds ging het knopje weer andersom en was ik een ander. Werk en privé waren strikt gescheiden. Zo heb ik jarenlang kunnen overleven. Maar erg gelukkig heb ik mij in die periode nooit gevoeld.

Actief blijven houdt gezond
Professor Dr. Paul de Chauvigny de Blot SJ is sinds 2006 hoogleraar Business Spiritualiteit aan de Business Universiteit Nyenrode. Hij is zoals hij zelf zegt op zoek naar de mystiek van het zakendoen. Al een aantal jaar ben ik geabonneerd op zijn blad: Business Spiritualiteit Magazine, waaruit ik al veel inspiratie heb opgedaan. Dus werd het hoog tijd om hem een keer in levende lijve te horen spreken.

De ontmoeting met de Blot begon al op de parkeerplaats waar ik mijn auto naast die van hem had geparkeerd. Geanimeerd liepen we samen naar het hoofdgebouw. Direct was ik in de ban van de warme en hartelijke uitstraling van deze man op leeftijd. Nee ik hoefde niets voor hem te dragen, hij had alles onder controle, vertelde hij. Zolang hij dat allemaal nog zelf kan regelen blijft hij in het land lezingen geven, dat houdt hem jong. Deze ontmoeting was echt de moeite waard.

De eerste boodschap, die Paul de Blot ook daadwerkelijk zelf ter hand neemt, is als je actief blijft en je geest blijft oefenen en een goede balans weet te vinden tussen werk en privé dan kan je tot op hoge leeftijd in goede gezondheid aan de samenleving meedoen. Kijk naar de mensen in de bejaardentehuizen, zij oefenen niet meer, gaan roesten en worden kasplantjes. Hij kan het weten want zelf is hij al 86 jaar!

Keerpunt en ellende
Dat knopje omzetten heb ik heel lang kunnen doen. Tot het moment dat ik mijn eigen gezin had, toen begon er iets te wringen. Ineens paste de gevoelens niet meer en ging ik in mijn werk op zoek naar de geborgenheid en veiligheid van thuis. Maar die was ver te zoeken. Dus ben ik ermee aan de slag gegaan. Ik ging het gesprek aan, stelde de onbalans aan de orde. Ineens werden mensen om mij heen mensen in plaats van arbeidskrachten en collega’s. Er ontstonden gesprekken met diepgang, aandacht en genegenheid, in plaats van de gebruikelijke afstandelijke houding. En toen begon de ellende pas echt.

Van de manager werd verwacht dat hij afstand hield. Mensen moesten resultaten opleveren, buffelen, werken voor hun geld, overuren maken, doen wat er gezegd werd. Ik herinner mij een keer de opmerking van mijn baas (alleen dat woord “baas” al! Een hond heeft een baas.) dat ik mijn team meer moest controleren en ze strakker houden. Maar ik merkte juist dat het tegenovergestelde werkte. Mijn antwoord naar mijn baas was: “Het is geen kleuterklas, het zijn professionals, zelfstandig denkende volwassenen die prima voor zichzelf kunnen denken”. Daar heb ik bij hem geen punten mee gescoord.

Meer incidenten deden zich voor, zoals de keer dat mijn baas zei dat een van mijn teamleden zich beter moest kleden. Deze man hield van nonchalante kreukpakken en droeg het liefst geen stropdas. Ik moest hem dus vertellen dat het anders moest, maar ik heb geweigerd. Het typeerde het karakter van de man, een creatieveling, goed in zijn vak, ik vond het prima zoals hij erbij liep. Ook dat heeft mij geen pluspunten opgeleverd.

Roulerend voorzitterschap
En dan de keer dat ik in mijn team het roulerend voorzitterschap introduceerde en ik ook eens een keer achterover kon leunen tijdens een vergadering. Ik hoor nog de echo van de snerende opmerking van mijn baas in mijn oor: “Je kan het zelf zeker niet aan, hè? Daarom delegeer je de boel maar.” Allemaal gebaseerd op controle als resultante van angst. Door mijn acties heb ik mijzelf heel geleidelijk buiten spel gezet. Ik zag het aankomen, maar ik kon niet anders.

De tijd was er blijkbaar nog niet rijp voor om de organisatie als een gezin te beschouwen. Zeker niet in de branche waarin ik werkte. En nog zijn veel bedrijfstakken er niet klaar voor. “Een gezin”, propagandeert de Blot, “heeft als grondslag samenleven, zorgen voor elkaar, elkaar helpen en steunen. Het is het kenmerk van duurzaamheid want je wil dat het blijft bestaan. En waarom zouden we die kenmerken niet overnemen in het zakenleven?”

De kanteling begint
Ik zie de laatste jaren gelukkig bij steeds meer bedrijven een kentering ontstaan. Bedrijven met een maatschappelijke verantwoordelijkheid zien de positieve eigenschappen van het gezin en richten steeds vaker hun organisatiemodel daar op in. Onderwerpen als diversiteit, persoonlijk leiderschap, zelfsturing, maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid passen daar in. Toch is en blijft het een voortdurend leerproces, net zoals dat in het gezin het geval is tussen ouder en kind. Maar dat maakt het juist zo boeiend.

Door het betoog van professor de Blot zijn mijn ogen geopend waarom ik mij jarenlang niet echt gelukkig heb gevoeld in mijn werk. Ik was voortdurend op zoek naar de verbinding tussen werk en privé. Dat heb ik de afgelopen jaren overigens prima weten te realiseren en daarom voel ik mij nu happy in wat ik doe. En voor mij staat vast: ik blijf tot hoge leeftijd actief!