Pagina's

woensdag 29 september 2010

Hè ja, laten we de AOW verhogen!

Mij krijg je niet heel gauw boos, want aan ruzie heb ik een hekel. Maar over onrecht kan ik mij behoorlijk opwinden. Nu bijvoorbeeld over de onzinnige discussie welke generatie moet opdraaien voor de kosten van de crisis.

Zo maakte Jan Nagel een paar dagen geleden bekend dat hij met zijn nieuw opgerichte politieke partij OokU mee gaat doen aan de Provinciale Statenverkiezing van 2 maart volgend jaar. De partij gaat zich hard maken voor pensioengerechtigden en AOW-ers. Op zich is dat niets om je druk over te maken. Nagel heeft al aan de wieg gestaan van een aantal partijen die op niets zijn uitgelopen. En er zijn in het verleden wel meer initiatieven geweest voor een politieke ouderenpartij. Waar ik mij uitermate aan erger is de toonzetting van zijn initiatief: kortzichtig en eenzijdig gericht op zijn eigen belang. Het klinkt zoals de reclameslogan: Wij van WC-eend adviseren WC-eend.

Ouderen bezorgd over financiële toekomst
Nagel heeft een onderzoek laten uitvoeren door Maurice de Hond onder negenhonderd 50-plussers. De meerderheid van de ondervraagden gaf aan bezorgd te zijn over hun financiële toekomst. Nou, nou spannend, hoor! Vraag het iedere willekeurige Nederlander van elke leeftijd en je krijgt hetzelfde antwoord. Iedereen maakt zich toch zorgen over de toekomst, we zijn nog amper opgekrabbeld uit de ergste crisis die we ooit hebben meegemaakt.

Zo wil hij de ouderen tegemoet komen met het volgende punt uit zijn programma: “Een dertiende maand voor AOW-ers!” Hou toch op. Zij hebben al keurig netjes vanaf hun 65ste AOW ontvangen. De generaties die gaan komen mogen blij zijn als er überhaupt nog een AOW is. Ik heb tot nu toe AOW-premie betaald, maar het is nog maar de vraag of de enorme vergrijzing die voor de deur staat deze ouderdomsvoorziening nog toelaat.

In plaats van een dertiende maand moet er eerder gedacht worden aan het heffen van inkomstenbelasting op de AOW, zodat de rijken in ieder geval gaan meebetalen aan de vergrijzing. Heeft u wel eens uitgerekend wat een echtpaar van de huidige generatie misloopt als ze twee jaar later pas AOW ontvangen? En dan hebben we het nog niet eens over ons pensioen.

De Algemene Ouderdomswet (AOW)
De AOW is in 1957 ingevoerd om de ouderen tegemoet te komen en de jongere generatie de gelegenheid te geven om mee te werken aan de wederopbouw in de periode na de tweede wereldoorlog. Onze grootouders hebben dus nooit AOW-premie betaald maar wel volledige AOW ontvangen. De AOW-leeftijd is toentertijd op 65 jaar gezet met de mededeling dat door demografische factoren deze leeftijd zou kunnen verschuiven, waarbij een leeftijd van 70 jaar werd genoemd, terwijl de algemene levensverwachting toen nog veel lager lag.

Nagel verzet zich tegen het verhoging van de AOW-leeftijd. Om dit te compenseren pleit hij voor geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Ook zo’n lekker punt. Veel ouderen zitten goed in de slappe was en hebben geen hypotheek meer, dus dat treft de ouderen niet.

De grote uittocht staat voor de deur
De babyboomgeneratie die nu staat te popelen om met pensioen te gaan hebben de gouden jaren meegemaakt. Ze hebben optimaal genoten van de vrijheid, hadden alle mogelijkheden om te studeren en om carrière te maken. Ze hadden vrouwen die niet werkten, dus geen dure kinderopvang nodig en de studie van de kinderen werd ook gesubsidieerd. En als de moeders al werkten dan hadden zij wel moeders die (geheel gratis) op de kinderen pasten.

Deze generatie heeft ook nog eens optimaal geprofiteerd van de waardestijging in de huizenmarkt. Goedkopen nieuwbouw waarvan de waarde als een raket omhoog schoot vanwege de woningnood en de riante voorziening van hypotheekrenteaftrek. Om nog maar te zwijgen van allerlei koopsomregelingen, arbeidsduurverkorting, VUT-regelingen en spaarloonregelingen. Allemaal belastingvoordelen en regelingen die nu zijn versoberd, afgeschaft of dreigen te worden afgeschaft.

Vermogende ouders en veertig dienstjaren
Deze generatie hadden ouders (die de oorloog hebben meegemaakt) die heel zuinig geweest zijn en in de wederopbouw ook vermogen hebben opgebouwd (meestal door waardestijging van hun woning). Ik ken heel veel mensen die via allerlei ingenieuze constructies woningen van ouders hebben gekocht en daardoor geen successierechten hebben betaald. Die mogelijkheden zijn er inmiddels ook niet meer.

Veel ouderen stammen uit de tijd van de lifetime employment en hebben veertig dienstjaren bij dezelfde baas met een bijbehorend pensioen. Kom daar vandaag de dag nog maar eens om. En als ze geen veertig jaar gewerkt hebben zijn velen met riante VUT-premies ergens rond hun 56ste vertrokken. Ik heb ook ooit VUT-premie betaald maar zal daar nooit van profiteren en zie daar geen cent van terug.

Invloedrijke doelgroep
Op zich denk ik dat we weinig te vrezen hebben van de vooringenomen plannen van Jan Nagel. Zijn politieke carrière is ronduit wispelturig. Dat geldt ook voor een aantal van zijn partijpunten evenals zijn niet onderbouwde mededeling dat hij ook wil opkomen voor kinderen. Hoe dat te rijmen valt met zijn issue omtrent de ouderen is mij volslagen onduidelijk.

Toch kan een initiatief als dat van Nagel best wel eens van invloed gaan zijn in een toekomstige politieke stroming. De babyboomgeneratie is een hele grote groep met heel veel invloed die de komende generaties kunnen maken en breken. Deze generatie heeft niet alleen een dikke vinger in de pap in het bedrijfsleven maar ook in bestuurlijk Nederland, het ‘Old Boys Netwerk’ en in de politiek. Kijk maar naar alle oudere CDA-mannen die van zich lieten horen en de laatste kabinetsonderhandelingen behoorlijk dwarszaten. Ze hebben straks heel veel armslag (middelen en gezondheid) om nog tot hoge leeftijd een vinger in de pap te kunnen houden.

Het oude denken
We hebben het hier ook over de generatie die zich nooit bekommerd heeft om het milieu. Zij zaten aan het stuur in de tijd dat de meeste uitstoot van broeikasgassen werd veroorzaakt, zonder zich af te vragen wat het met de kwaliteit van de aarde doet. De Club van Rome heeft al in de jaren ’70 tamtam gemaakt, maar deze generatie heeft willens en wetens zijn kop in het zand gestoken.

De huidige economische principes, het ‘gelddenken’, het oude werken is door deze generatie vormgegeven, dit denken laten ze niet makkelijk los. Ze hebben in de jaren ’70 kennis gemaakt met vrijheid – blijheid en geven dat niet zomaar op. Zij hebben de huidige welvaart gecreëerd maar ze mogen niet denken dat ze daardoor automatisch recht hebben op een riante oude dag, ook zij moeten hun bijdrage leveren. Al was het maar een bijdrage in de dure gezondheidszorg en verzorging (dat zou terecht zijn).

Ieder baby die nu in Nederland geboren wordt is al opgezadeld met een schuld van €160.000,- Wie moeten straks opdraaien voor de puinhopen van de klimaatverandering, de milieuverontreiniging, de pensioenen van de ouderen en de dure gezondheidszorg?

maandag 27 september 2010

Generatie @ work


De jongere generatie werknemers is geboren met de PC onder de arm en heeft daardoor nu al een voorsprong op de oudere collega’s. Ze worden niet voor niets ‘Digital Natives’ genoemd. Wat mijn generatie niet voor elkaar gekregen heeft zal hun wel lukken: de digitale revolutie ontketenen.

Afgelopen week was ik bij een bijeenkomst georganiseerd door de Kamer van Koophandel met als titel: Van buzz naar business. De gemiddelde leeftijd van de toehoorders, allemaal ondernemers, was redelijk hoog. Bij hand opsteken bleek dat slechts een gering aantal al iets aan social media deed. Hoog tijd voor nieuwe inzichten.

Een aantal, wat oudere ondernemers, maakte zich druk over het feit dat hun kinderen zoveel tijd achter de computer doorbrachten, dat vonden zij geen goede ontwikkeling. Woorden als ‘verslaafd aan’ en ‘vastgeplakt zitten aan de PC’ kwamen voorbij. Maar is dat wel zo negatief als het hier werd gesuggereerd? Is dat niet de realiteit waar we nu in leven?

Ik herinner mij nog een filmpje van ca. 25 jaar geleden waarin getoond werd dat de wereld steeds meer met elkaar verbonden zou worden. Het leek ongelooflijk, een utopie, waar het naar toe zou groeien en welke rol de ICT daarin zou gaan vervullen. Het is realiteit geworden! Het filmpje heeft toen zoveel indruk op mij gemaakt dat ik het nog steeds voor mij zie. Voor mij is daarmee duidelijk geworden dat niets onmogelijk is.

Ook is mij duidelijk dat we nog lang niet genoeg profijt halen uit de mogelijkheden van ICT. We hebben onze manier van werken, ontstaan tijdens de industriële revolutie, geautomatiseerd, maar we zijn er niet anders door gaan werken.

Oude generatie zit in de weg
Een grote hinderpaal bij de vernieuwing is dat we onszelf in de weg zitten. De huidige generatie managers, ondernemers en bestuurders zijn groot gebracht in de oude hiërarchische manier van werken, waarbij de PC op zeker moment is ingebracht in het bestaande proces. Echte vooruitgang gaan we pas boeken als de processen worden herontworpen en de mens de centrale schakel in het proces wordt.


De jeugd weet wel raad met nieuwe toepassingen. We zien om ons heen de voorbeelden al ontstaan: Het nieuwe werken, gebruik van sociale media, bloggen, twitteren, tijd- en plaatsonafhankelijk werken, het ontstaan van  netwerkorganisaties, ruimte voor creativiteit en innovatie en zoeken en delen van kennis via internet.

Steeds meer jongeren beginnen voor zichzelf of zetten met andere jongeren nieuwe organisaties op. Zij zien namelijk de nieuwe mogelijkheden maar kunnen die niet verwezenlijken in bestaande organisaties. Hier ligt een duidelijke trend. En willen de bestaande en grotere bedrijven overleven dan zullen ze wel mee moeten in deze ontwikkeling, omdat ze anders op termijn geen medewerkers meer kunnen aantrekken.

Nieuwe generatie de ruimte geven
Hoe moeten we dit nu doen? Willen we nu eindelijk echt een flinke sprong voorwaarts maken dan moet we de jongere generatie serieus nemen en de ruimte geven, ICT en social media in volle omvang omarmen en echt durven innoveren. Dit vergt lef en betekent dat we nu eindelijk risico’s moeten gaan nemen. Het is namelijk bekend dat we geneigd zijn mensen in dienst te nemen die op ons lijken. En uit onderzoek blijkt dat de Nederlandse ondernemer uitermate risicomijdend is.

Tip:
Blijf vooral kijk naar je kinderen en kleinkinderen en leer van ze, want het gezegde ‘de jeugd heeft de toekomst’ zal altijd actueel blijven!

woensdag 25 augustus 2010

Communiceren is zo verdomd lastig

Laatst had ik een afspraak in het IJsselpaviljoen in Zutphen. Ik was daar al eens geweest dus wist waar het was. Ruim op tijd zat ik met een kopje koffie te wachten op mijn afspraak. Ongeveer 10 minuten na de afgesproken tijd ging mijn telefoon: waar ik bleef.

Totaal verbouwereerd pakte ik mijn spullen, rekende de koffie af en verplaatste mij van nummer 1 naar nummer 11 in dezelfde straat. Wat was er fout gegaan? Hoe had ik deze informatie over het hoofd kunnen zien? Ik begreep er niets van. Bij nader inzien klopte de mij toegestuurde informatie en was ik dus in de fout gegaan. Ik had niet goed gelezen.

Trots stond mijn gesprekspartner mij op nummer 11 al op te wachten. Vol enthousiasme liet hij mij zijn, een paar dagen eerder, gehuurde kantoor zien. Een ding wist ik zeker: de volgende keer zou het direct goed komen en weet ik ook nummer 11 feilloos en op tijd te vinden.

Omdat ik toch wel graag gelijk wil hebben, maar ook van mijn fouten wil leren heb ik de situatie nogmaals doorgenomen. Wat was het geval. Aanvankelijk was de afspraak gepland in het IJsselpaviljoen. De dag voor onze afspraak had mijn gesprekspartner mij nog een kaartje toegestuurd van de betreffende locatie. Ik had de mail geopend en heel kort bekeken. Heel attent dat kaartje maar overbodig, want de locatie was mij bekend.

Het venijn zat hem echter in de aanvullende zin. Zonder enige formaliteit werd vermeld dat ik verwacht werd op zijn nieuwe kantoor nummer 11. Achteraf weet ik nog dat ik dacht: hé een typo, dat moet nummer 1 zijn. Ongetwijfeld in de flits van een seconde heb ik even een kleine glimlach gemaakt vanwege de aanduiding: mijn nieuwe kantoor. We zouden elkaar vast en zeker vaker in Zutphen ontmoeten, was mijn conclusie, en waarom niet op zo’n leuke locatie aan de IJssel.

Maar ook nu weer blijkt dat communicatie zo verdomd lastig is. Of het nu om lezen, praten of luisteren gaat, het blijft ingewikkeld om iemand iets in woorden over te dragen. Vooral als het voor jezelf zo helder is als wat. Wat voor de een heel gewoon is blijkt voor een ander iets heel aparts of bijzonders te zijn wat nadere uitleg behoeft.

Communicatie wordt wel eens omschreven als: de kunst om zo dicht mogelijk langs elkaar heen te praten. Nou dat is in dit geval weer voor 100% bewezen. Ik heb er weer wat van geleerd. Niet alleen dat ik de volgende keer beter moet lezen, maar vooral over mijn gesprekspartner en zijn manier van communiceren. En de wetenschap dat communicatie zo moeilijk kan zijn. Soms zeggen beelden meer dan 1000 woorden, helaas ging dat juist vanwege de aanvullende woorden in dit geval niet op.

dinsdag 17 augustus 2010

Water komt niet altijd uit de kraan

We zijn een bevoorrecht volk, want bij ons komt schoon drinkwater gewoon uit de kraan. Bij zo’n alledaags feit staan we niet eens meer stil. Zoals zoveel andere zaken heel gewoon zijn. Neem nu de koelkast, de wc, het drinken van melk, het eten van vlees, de gang naar de supermarkt waar alles te koop is, we denken er gewoonweg niet meer bij na.

Toen ik jong was en voor het eerst water met bubbeltjes dronk, wat pas later de term koolzuurgas meekreeg, vond ik dat ronduit smerig. Ik kende alleen het water uit de kraan, zonder bubbels. Maar goed alles went dus ook water met koolzuurgas. Op feestjes werd niet anders geserveerd als je geen alcohol wilde.

Na jaren gedachteloos water met een bubbeltje gedronken te hebben, gewoon gekocht per krat, sloeg op zekere dag de ontnuchtering toe. Ik was zo naïef om bij de slijter op te merken dat een kratje water toch wel veel goedkoper was dan het kratje bier van mijn lief. Waarop de slijter fijntjes opmerkte en daarbij zijn handelsgeest de kop in drukte: “Het kan nog goedkoper, mevrouw, want het komt geheel gratis bij u thuis uit de kraan”. Let wel het woord ‘duurzaamheid’ was toen nog niet uitgevonden en het feit dat plastic zo vervuilend was had ik ook nog niet meegekregen.

Die ene opmerking van de slijter heeft mij enorm aan het denken gezet. Internet had je toen nog niet dus of water uit de kraan nu gezond was of niet kon je niet zo makkelijk nagaan. Maar toch ben ik uiteindelijk weer gewoon water uit de kraan gaan drinken, zonder bubbels, eigenlijk veel lekkerder. Maar ja in die tijd kon je je gasten toch geen kraanwater voorzetten! Dus de gang naar de slijter, hoewel in een minder hoge frequentie, hielden we erin.

Nu jaren later, ná Al Gore, is het allerminst raar om je gasten kraanwater voor te zetten, tenminste als ze dat liever hebben dan een vruchtensapje of alcohol. Al jaren vraag ik in restaurants gewoon water uit de kraan. Niet om op de rekening te besparen, maar uit principe. Toch zijn er nog steeds restaurants die op die bestelling met uitgestreken gezicht durven te zeggen dat ze dat niet (mogen) serveren. Waarna je vervolgens de prijs voor ‘een heel krat water uit plastic flessen’ op de rekening krijgt bijgeschreven.

Ik ben het meer dan zat! In restaurants waar ze weigeren kraanwater te serveren ga ik niet meer eten. Uit principe. Het is toch te gek dat we water van zeer goede kwaliteit uit onze kraan kunnen laten stromen, maar toch water kopen in plastic flessen! Heeft u het volgende filmpje wel eens gezien over de enorme plastic berg die dit gedrag veroorzaakt.



Zo aardig confronterend, niet? En dan te bedenken dat er landen zijn waar ze helemaal geen schoon water hebben. Laat staan water uit een kraan. Waar vrouwen en meisjes uren moeten lopen in de brandende zon om water te halen. Waar kinderen sterven voor hun eerste jaar, omdat er geen schoon water is. Waar akkers verpieteren, omdat de beekjes en riviertjes droogvallen. Waar mensen niet zomaar even naar de winkel kunnen gaan om eten te kopen of een kratje water.

Nee dan de westerse wereld daar moet water uit een plastic flesje gedronken worden, want dat is trendy. Allemaal ingesleten gewoontes, allemaal door de hype en omwille van de mode en erbij willen horen. Maar vooral omdat we niet meer nadenken!

donderdag 5 augustus 2010

De productiefactoren van de toekomst

Hebben we niet allemaal op school geleerd dat er drie productiefactoren van belang zijn in het economisch handelen, te weten: arbeid, grond en kapitaal. De komst van internet heeft zo’n enorme impact dat het drie nieuwe productiefactoren tot gevolg heeft: kennis, creativiteit en relaties.

De manier waarop de productiemiddelen worden aangewend en de samenstelling van de juiste combinatie bepaalt het concurrentievoordeel voor een onderneming. Basisstof economie op school waarvan miljoenen leerlingen ooit kennis namen. Als student dringt het pas veel later tot je door wat dit eigenlijk betekent. Toch hoop ik dat er op dit moment een ander geluid te horen is tijdens de economielessen. De wereld is de laatste jaren namelijk drastisch veranderd.

We werken nog steeds niet op een nieuwe manier
Na het industriële tijdperk zijn we in de jaren ’90 aanbeland in het digitale tijdperk. De komst van de PC in de jaren ’80 heeft veel handmatig werk geautomatiseerd, waardoor de arbeidsproductiviteit met sprongen vooruit ging. Met de komst van internet ging helemaal een wereld voor ons open en lagen de ongekende mogelijkheden aan onze voeten. Toch hebben we nog niet voldoende de vruchten geplukt van wat het digitale tijdperk ons biedt. We kunnen hooguit wat makkelijker en sneller communiceren dan voorheen.

Het merendeel van de hedendaagse managers zijn niet opgegroeid met internet. De meesten hebben de PC zien komen en tijdens hun carrière pas kennis gemaakt met internet. Daardoor zijn de PC en internet ingepast in de manier van werken en niet andersom. Helaas moeten we constateren dat ondanks het massale gebruik van internet en ICT de meeste bedrijven nog georganiseerd zijn op de manier zoals gebruikelijk was in het industriële tijdperk. Hiërarchisch aangestuurd met minimale eigen inbreng.

Vernieuwing hangt in de lucht
Toch zien we allerlei publicaties en bewegingen ontstaan over het nieuwe werken. Een kentering is zichtbaar en voelbaar. Vooral jongere of technisch georiënteerde bedrijven beginnen het licht te zien en beginnen te experimenteren. De jongere generatie werkers – de Digital Natives – die wél opgegroeid zijn met internet gaan er heel anders mee om. Voor hun heeft de PC en internet altijd al bestaan. Niets nieuws onder de zon.

Het belangrijke verschil met de oude manier van werken is dat de mens leidend is geworden en niet de technologie. Natuurlijk was de mens in het productieproces aanwezig in de vorm van arbeid, maar daar hield het ook direct weer bij op. De mens als individu met al zijn bijzondere eigenschappen werd niet op die unieke eigenschappen aangesproken. Vandaar ook de nieuwe productiefactoren: kennis, creativiteit en relaties, typisch menselijke aspecten.

Kennis, creativiteit en relaties
Willen we de druk van de opkomende economieën (India, China, Brazilië) het hoofd bieden zullen we ons volledig moeten richten op deze nieuwe productiefactoren. Wie niet sterk is moet slim zijn. Nederland heeft altijd voorop gelopen in ondernemerschap en kunstzinnigheid. Laten we die eigenschappen weer massaal inzetten. Laten we nu echt de kenniseconomie worden die we al jaren beogen te zijn.

Eurocommisaris Kroes riep tijdens de ICT Delta 2010 op om vooral te investeren in kennis van ICT. Als we kennisontwikkeling en creativiteit bundelen en onze relatienetwerken optimaal inzetten, o.a. via Social Media, zijn we in staat om nichemarkten aan te boren en te ontginnen. Hiermee kunnen we de concurrentie voorblijven. Wie voorop loopt domineert de markt, trekt de early adaptors aan en kan de prijs bepalen.