Pagina's

zondag 31 januari 2016

De verbeeldingskracht van sprookjes

We leven in een wereld waar de ratio de boventoon voert en de verbeelding verdwenen is. Maar het leven biedt zoveel meer.


Als kind was ik al dol op sprookjes. Na de sprookjes kwamen de fantasieverhalen, zoals “In de ban van de ring” en “De kronieken van Narnia” gevolgd door de Griekse mythologie. Maar ook verhalen in de toekomst, aangeduid met Sciences Fiction, vond ik razend interessant. Nu achteraf bezien begrijp ik beter waarom mij dat zo boeide. In de rationaliteit waarin wij leven ontbreekt iets wezenlijks waardoor wij afgeraakt zijn van waar het in het leven eigenlijk om draait.

Cijfers en geld zijn de maat
In sprookjes, mythen en sagen wordt een romantische werkelijkheid geschapen waarbij het overwinnen van het kwade en het vinden van de alomtegenwoordige liefde en de verbeeldingskracht de uitkomst zijn. Juist de liefde in de vorm van medemenselijkheid en respect voor elkaar en de verbeelding is in mijn beleving ver te zoeken in ons bestaan en vooral wat het werk betreft. Daar gaat het om de cijfers, het behalen van resultaten, concurreren, elkaar aftroeven en alleen wat je vast kunt pakken is de werkelijkheid. De ratio prevaleert en voert de boventoon ten koste van de emotie.

Neem nu de zorg voor zieken en ouderen, zelfs bij zo’n menselijk aspect spelen alleen de cijfers een belangrijke rol. Het al dan niet opereren van een patiënt wordt afgewogen op basis van cijfers die passen in de voor het ziekenhuis belangrijke statistieken. Of het nu gaat om het aantal minuten zorg dat per patiënt verleend mag worden of de soort medicijnen, alles wordt uitgedrukt in cijfers. Hoe wil jij zelf verzorgd worden als je oud of ziek bent? Dat vragen we ons te weinig af. Het is ook makkelijk beleid maken van achter je bureau, zeker als je zelf nog jong en gezond bent.

Mannelijkheid bewijzen
Als ik benadruk dat liefde, respect en verbeeldingskracht belangrijk zijn dan kijken veel mensen mij meewarig aan. Respect is nog wel iets dat wordt afgedwongen, maar liefde is niet voor het zakenleven, vooral niet als je in de prostitutie werkt. Liefde en verbeeldingskracht is voor het privédomein. Maar zelfs daar wordt mijn roep om meer
Doornroosje (Disney)
liefde en zorg voor elkaar niet serieus genomen. Mijn eigen puberjongens vinden mij een watje als zij mij een traantje zien wegpinken bij een onvervalste zwijmelfilm.

Ook al is de realiteit bij veel romantische films ver te zoeken, het spreekt een deel van je menszijn aan dat te weinig wordt geactiveerd. “Wacht maar tot de liefde jullie overvalt, dan piep je wel anders”, is het enige dat ik mijn pubers kan tegenwerpen. Het is natuurlijk niet stoer om je als jongen in de puberleeftijd met de liefde bezig te houden. Vechten, strijd voeren, je mannelijkheid bewijzen, dat is wat ze nastreven. Niets vreemds voor jonge jongens. Sinds de tijd dat de buffeljacht van jongens een man maakte voorbij is moeten ze toch wat.

Het gevoel ontbreekt
Toch maak ik mij wel eens zorgen want dat het voor puberjongens normaal is om je mannelijkheid ten toon te spreiden, zo onnatuurlijk is het dat we mannelijkheid prefereren boven vrouwelijkheid. Daarmee hebben we ook het subtiele van het voelen en de emotie weggedrukt. Op je gevoel of intuïtie afgaan is iets wat je steeds meer hoort, maar wat zeker nog niet voor iedereen gemeengoed is geworden. Juist sprookjes zijn goed in het verbeelden van de mannelijkheid – de held – en de zucht naar liefde van de mooie prinses. Veel archetypen liggen opgeslagen in de verhalen uit de overlevering, waarmee de niet-rationele elementen van ons menszijn worden opgeroepen.

Laatst zei ik tegen een collega dat ik niet zo’n goed gevoel heb bij een bepaald persoon. Hij keek mij aan en vroeg wat ik daarmee bedoelde. Ik moest toen gaan uitleggen dat ik altijd afga op het gevoel dat iemand bij mij oproept als ik die persoon voor het eerst ontmoet. Een gevoel wat ik vroeger negeerde omdat je het niet beet kon pakken, maar waarnaar ik door de jaren heen steeds meer heb leren luisteren. Nog nooit heeft mijn gevoel mij in de steek gelaten. Mijn collega begreep niet wat ik bedoelde en ik kon het hem niet verder uitleggen. Als ik dit voorbeeld vertel aan een vriendin dan weet zij direct wat ik bedoel.

Cijfers in plaats van verbeelding
Assepoester (Disney)
Ratio en cijfers blijven de boventoon voeren in onze samenleving. De leraren op de basisscholen komen niet meer aan het lesgeven toe vanwege alle leerlingvolgsystemen, toetsen die afgenomen moeten worden en managementrapportages die ingevuld moeten worden. Daarom is er geen tijd meer voor de basisschooljuf of -meester om sprookjes voor te lezen, waardoor de fantasie van het kinderbrein niet langer geprikkeld wordt en aangezet tot het maken van beelden. O, zo belangrijk als wij met creativiteit en innovatie voorop willen lopen in de wereld.

 De technologie is leidend geworden in alles wat we doen, waarbij de mens een steeds meer ondergeschikte rol lijkt te krijgen. Het gevoel en de bezieling zijn steeds meer naar de achtergrond verdreven. Wat niet bewezen kan worden bestaat niet is de gangbare levenshouding. Dat gaat zelfs op voor religie en het bestaan van God, maar ook voor ons innerlijk weten dat de geest leidend is bij alles wat we doen. Het besef dat we gedreven worden door een innerlijke kracht en dat de mens zelfhelend is zijn wij volledig kwijt. We vertrouwen liever een arts dan onze eigen intuïtie.

De zin van het bestaan
Onze voorouders haalden de zin van het leven uit de overlevering van verhalen, mythes en legendes. Zoals indianen rituelen hadden die zingevend waren en de zonen die werden ingewijd door op buffeljacht te gaan. Vraag mijn kinderen wat voor hen de zin van het leven is dan antwoorden ze: “Mijn telefoon en mijn playstation”. Ik kan mij daar boos over maken maar dan had ik ze uit deze wereld mee moeten nemen naar een verafgelegen onbewoonde plek zonder wifi en telefoonverbinding.

Waar ik mij wel druk om kan maken is het verdwijnen van de verbeeldingskracht doordat er steeds verder bezuinigd wordt op kunst en cultuur, omdat wij ons dat niet meer kunnen veroorloven. Wij zien blijkbaar de waarde van de verbeelding niet meer in. Terwijl juist in die kunst- en cultuursector ons verleden schuilt op basis waarvan ons land groot geworden is. Creativiteit en inspiratie komt voort uit de kunst en de cultuur, evenals onze toekomst.

De Romantiek is passé

Schilderij van Gustaf Wappers
We zijn volledig afgedwaald van het wereldbeeld waarbij de romantiek en het gevoel hoogtij vierden. Het tijdperk eind 18e eeuw – 19e eeuw waarin de hoffelijkheid, het Soie de Vivre, de emotie en de verbeelding gewoon waren en waarbij kunst en cultuur net zo belangrijk waren als eten en drinken. Kom daar nu nog eens om. Alle gevoel en menselijkheid worden langzaamaan uit onze samenleving weggevaagd, wat blijft is de ratio. Daar moeten wij ons blijvend tegen verzetten.

Toch is er een sprankje hoop. Successen als Harry Potter laten zien dat er behoefte is aan verbeelding en aan irrationaliteit. Ook met mijn jongens zal het wel goed komen. Mijn man en ik laten zien dat liefde en genegenheid er toe doen. Zodra ook bij hun de liefde om de hoek komt zeilen wordt hun andere hersenhelft in werking gesteld en zullen ze ontdekken dat er meer is dan gamen, werken en de stoere vent uithangen. En zodra die liefde beantwoord wordt zal hun zucht naar mannelijkheid plaatsmaken voor zorgzaamheid. En dat is niet iets wat alleen in sprookjes voorkomt. Sprookjes zijn de verbeelding van het echte leven. Ik weet inmiddels dat sprookjes bestaan en dat liefde alles overwint.

dinsdag 24 november 2015

Verdeeldheid en haat begint al om de hoek


De aanslagen in Parijs op 13 november 2015 hebben veel losgemaakt. Als het doel van de aanhangers van de Islamitische Staat is om angst te zaaien in de wereld dan is ze dat goed gelukt. Het is aan ieder van ons om dat niet te laten gebeuren.

Foto: NRC

De afgelopen week stond de krant bol van de reacties waarbij de angst voor aanslagen de boventoon voert. Die angst wordt vooral afgereageerd op de moslimgemeenschappen. Moslims wordt bespuugd, uitgescholden en zelfs met geweld tegemoet getreden. Wij verwachten van moslims dat ze afstand nemen van het geweld en spreken ze daar openlijk op aan. Onterecht want slechts een handje vol ontspoorde voornamelijk jonge mannen pleegt terreurdaden uit naam van de islam, terwijl velen niet eens religieus zijn.

Uiterlijk telt
In onze westerse seculiere samenleving zijn wij zo gewend dat ons geloof een privéaangelegenheid is en dat je daar niet mee te koop loopt, dat we mensen die dat wel laten zien met argwaan tegemoet treden. Zij vallen op door hun niet-westerse uiterlijk. Zij zijn anders en anders zijn leidt vaak tot uitsluiting. Vooral de jonge moslima’s die hun hoofddoek afdoen ervaren het verschil. Zij merken dat de toorn van felle tegenstanders uitblijft en dat ze ineens wel geaccepteerd worden.

Als je wil dat je erbij hoort moet je bepaalde concessies doen. Wil je niet opvallen en mikpunt worden van bespottingen dan is de eerste stap om je uiterlijk aan te passen aan de meerderheid. Kinderen zijn heel goed in het opgaan in de massa. Zij willen dezelfde kleding en haardracht als hun vrienden, klasgenoten en kinderen in de omgeving, omdat ze erbij willen horen. Mijn jongste zoon is gezegend met een flinke bos krullen. Aan het begin van dit schooljaar moesten zijn krullen er aan geloven. Kort haar is vet dus gingen zijn krullen eraf. Met pijn in mijn hart, want juist dat wat hem zo uniek maakt moest weg.

Intolerantie is overal
Vreemdelingenhaat is overal en van alle tijden en niet specifiek tegen moslims die er anders uitzien. Iedereen die maar even afwijkt van de grote massa kan zomaar onderwerp van spot en hoon worden. Zelf heb ik dat ook ervaren. Als geëmancipeerde dochter uit een streng religieus milieu stuit ik met mijn eigenzinnige ideeën geregeld op weerstand. Dus ik ken het gevoel van uitsluiting maar al te goed. Intolerantie is overal, in het gezin, op de werkvloer en in de gemeenschap.

Betuwse oogst
Onlangs was ik als bewoner van een Betuws dorp bij een bijeenkomst over het aantrekkelijker maken van het dorp en de omgeving. Een initiatief van betrokken bewoners van drie naast elkaar gelegen dorpen en de gemeente. De bijeenkomst werd georganiseerd in de kantine van de plaatselijke voetbalvereniging. Een zeer ongebruikelijke locatie met weinig ruimte en slechte akoestiek, terwijl in ons dorp een groot dorpshuis beschikbaar is.

Dorpen twist
In kleine groepen werden ideeën verzameld en de resultaten plenair gedeeld. Op zich was het niet vreemd dat de bewoners van de verschillende dorpen naar elkaar toe trokken. Maar tijdens het rondje langs de dorpen bekroop mij een gevoel van concurrentiestrijd wat ik niet goed kon plaatsen. Bij thuiskomst deelde ik mijn gevoel met mijn man. Hij begon hard te lachen en door zijn uitleg begreep ik ook direct waarom ons dorpshuis niet als locatie voor de ideeënavond was gekozen.

Al van oudsher zijn de dorpen met elkaar in strijd. Vooral de autochtone jongeren gaan zo nu en dan met elkaar op de vuist. Daarom moest de bijeenkomst plaatsvinden op neutraal terrein: de voetbalclub die de dorpen juist verbindt. Ik woon hier nu al bijna 14 jaar en heb er nooit iets van gemerkt. Ik heb mij nooit anders of ‘import’ gevoeld, vooral niet omdat ik met een ‘lokale’ getrouwd ben. Wel merk ik dat de cultuur waar ik uitkom anders is dan de gesloten cultuur in de Betuwe.

Angst is een slechte raadgever
Ook ik ben wel eens uitgescholden toen ik nog maar kort in het dorp woonde. Bij de plaatselijke supermarkt drong iemand op een onbeschofte manier voor bij de kassa dus liet ik duidelijk merken dat ik daar niet van gediend was. “Wie denk jij wel dat je bent, ga terug waar je vandaan komt” was het antwoord van de voordringende man. Ik was gechoqueerd. Mijn man wilde gelijk weten wie dat was om hem even de les te lezen.

De Betuwenaren zijn erg op zichzelf en vinden het niet fijn om aangesproken te worden op hun gedrag. Soms wil ik dat nog wel eens vergeten. Onze buurman is nog boos op mij omdat ik hem vriendelijk verzocht niet te stoken omdat de wind precies onze kant op stond. Hij praat niet meer tegen mij en zijn vrouw vindt mij een stom mens. Er op een volwassen manier over praten kan niet, helaas.

De oplossing ligt bij onszelf
Ooit had ik een collega van Surinaamse afkomst. Zij was heel donker. Op een dag vroeg ik haar of zij wel eens gediscrimineerd werd. “Nee hoor”, zei ze, “het gaat er om hoe je er mee omgaat en hoe je in het leven staat. Ik voel mij nooit gediscrimineerd.” Haar antwoord was verrassend en zal ik nooit vergeten en is typerend voor hoe we ook om kunnen gaan met andersdenkenden en zelfs met de dreiging van terreur.

We moeten ons niet door angst laten leiden en verdeeldheid zien te voorkomen. Soms kan het helpen je te kleden of te gedragen naar de gebruiken van je omgeving, als het maar niet ten koste gaat van wie je werkelijk bent. We zijn allemaal mensen van vlees en bloed en we willen allemaal gelukkig zijn.


woensdag 11 november 2015

Groene belastingen

Er zijn grote veranderingen nodig om ons economisch systeem bestendig te maken voor de 21e eeuw. Beleidsmakers weten dat maar tot actie is het nog niet gekomen. Terwijl de oplossingen er zijn. 

Groen beleggen is inmiddels niet meer iets waar we onze wenkbrauw over optrekken. Groene belastingen daarentegen wel, want waar gaat dat nu weer over? Op 19 oktober 2015 vond in Utrecht een discussieavond plaats over ‘Groene Belastingen’ georganiseerd door het Platform Duurzame en Solidaire Economie (DSE). Heel veel nieuws heb ik die avond niet gehoord omdat ik al jaren in allerlei gremia met dezelfde onderwerpen bezig ben, waaronder de politiek bij De Groenen. Ik heb er al menig blogje aan gewijd en diverse presentaties over gegeven, maar het was goed dat het weer eens op een rij gezet werd.

Wat opviel aan de deelnemers aan de discussieavond was het grote aantal gepensioneerden. Leeft het alleen onder deze groep? Ik hoop van niet. Maar het gebrek aan belangstelling van jongeren en de bestuurders van vandaag is een teken aan de wand. Ook het platform DSE kan wel wat nieuw jong bloed gebruiken, liet de organisatie weten. Zelf vind ik het tekort aan vrouwen in de discussie alarmerender.

Discussie over waarden
De inleider Frans van der Steen van het platform DSE viel direct met de deur in huis. Bij groene belastingen moeten we denken aan belasting die geheven wordt op hetgeen onze leefomgeving nadelig beïnvloed. Dan kom je al gauw uit bij duurzaamheidsaspecten, maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en de gevolgen van ons consumptiegedrag, de CO2-uitstoot, klimaatverandering en de aantasting van het milieu en onze aarde.

Groene belastingen zijn niet nieuw, denk maar aan milieuheffingen, maar er is nog een andere vorm: de Belasting op Onttrokken Waarde (BOW). Dat houdt in dat alles wat de grond uitkomt zoals grondstoffen (olie, hout, mineralen, water, etc.) wordt belast, maar daarnaast ook de waardevermindering van ons leefklimaat (lucht-, water- en milieuvervuiling) die het ontginnen met zich meebrengt, alsook het verbruik van vruchtbare aarde. BOW is nog altijd erg lastig toe te passen omdat moeilijk is vast te stellen wat de waardevermindering is en ook omdat er zoveel internationale partijen bij betrokken zijn. Maar onmogelijk is het zeker niet, als we maar willen.

BTW is achterhaald
Als een systeem met BOW goed wordt toegepast dan betekent dat het begin van een circulaire economie. Want alle grondstoffen die de grond al uit zijn kunnen worden hergebruikt en zijn daardoor goedkoper dan hetgeen aan de aarde onttrokken moet worden. BOW is een geheel ander systeem dan het huidige Belasting Toegevoegde Waarde (BTW). BOW handelt over het productiefactor natuur, terwijl de BTW de toegevoegde waarde door de productiefactor arbeid betreft. Vraag iedere willekeurige beleidsmaker op gebied van belasting waar deze het beste geheven kan worden en het antwoord zal zijn: op datgene dat schaars is.

Arbeid is niet langer schaars, immers er zijn zo’n 600.000 werklozen tegen ca. 100.000 vacatures, terwijl wij slechts één planeet aarde bezitten, in tegenstelling tot wat wij verbruiken. Zelfs nu nog wordt arbeid te zwaar belast, terwijl dat niet geldt voor robots – gemaakt van grondstoffen – die het werk overnemen. Een belastingverschuiving van arbeid naar resources is een logische stap. Er is helaas nog een lange weg te gaan om tot vergroening van de belastingen te komen. Zolang Nederland nog een belastingparadijs bij uitstek is waarbij belastingontwijking hoogtij viert, is er nog een hoop werk te verzetten.

Rookgordijnen
In zijn praatje zei Professor Klaas van Egmond dat de vergroening van onze economie vooral gericht is geweest op technologische vernieuwing en nooit op de economische kant. Daarnaast is ons economisch systeem zo complex dat er gemakkelijk rookgordijnen opgeworpen kunnen worden. Al jaren wordt er vanuit de overheid, de politiek en de wetenschap gesproken dat er iets moet veranderen, maar tot daadwerkelijke verandering leidde het nooit. Zelfs de SER heeft niet tot actie kunnen aanzetten. Dat alles terwijl het Ex’Tax project, dat de belastingverschuiving van arbeid naar resources berekende, afkomstig uit de ideeën van Eckart Wintzen, laat zien dat er €30 miljoen aan ombuigingen te realiseren zijn.

Een paneldiscussie met Klaas van Egmond, Paul Metz van DSE, Carla Dik-Faber Tweede Kamerlid van de Christen Unie en Guiseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), liep qua onderwerp behoorlijk uiteen.

Producten zijn beter te controleren dan mensen
Heel nadrukkelijk werd gesproken over de huidige uiterst complexe handel in emissierechten en dat een systeem van CO2-heffingen betere oplossing biedt. Alle maatschappelijke kosten moeten in toekomstige prijzen worden doorberekend willen we onze planeet leefbaar houden. Verbruiksbelasting waarbij vervuilende producten hoger worden belast is een veel eenvoudiger en eerlijker systeem, met als voordeel dat vervuilende producten zich vanzelf uit de markt prijzen.

Zorgrobot (foto: Telegraaf)

De opmars van de robotisering is niet meer te stuiten en zal in de toekomst nog veel meer arbeid vervangen, ter compensatie van de productiefactor arbeid is de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen een mooie oplossing. Betrek hierbij de verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op grondstoffen en ons systeem wordt een stuk eenvoudiger. Daarbij is het grote voordeel tevens dat producten veel makkelijker te controleren en te belasten zijn dan mensen.

Onze grootste dwaling
TTIP, het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU waarover momenteel onderhandeld wordt, kwam ook ter sprake. Het algemene beeld in de zaal was dat we dat niet moeten willen. De burger- en arbeidsrechten zijn in de EU beter geregeld, de milieueisen liggen hoger in Europa en daarbij is het ondemocratische ISDS-mechanisme niet wat wij in Europa als wenselijk ervaren.

Maar de allergrootste dwaling van het westers economisch systeem is dat we de geldschepping in handen van private instellingen hebben gegeven. Dat moet worden teruggedraaid wat naar schatting een besparing oplevert van ca. €25-30 miljard. Geldschepping is het recht van de gemeenschap. Dat hier beweging in zit bewijst het burgerinitiatief ‘Ons Geld’ dat het al tot een hoorzitting in de Tweede Kamer heeft weten te brengen.

Integrale benadering
De grote vraag was waarom al deze positieve ideeën nog steeds niet zijn geïmplementeerd? De beleidsmakers hebben de plannen, maar het bedrijfsleven moet het oppakken en uitvoeren. Zijn zij daar wel toe bereid? Daar ligt de uitdaging. Er waren beslist optimistische geluiden. De VBDO heeft mooie voorbeelden van de manier waarop het bedrijfsleven positief gestimuleerd wordt en daardoor actie onderneemt. Transparantie is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Door de juiste mechanismes en incentives te creëren is dat zeker mogelijk.

De algehele conclusie was dat een nieuw economisch systeem vooral eenvoudig moet zijn en een integrale aanpak vraagt met als uitgangspunt het behoud van de aarde voor de toekomstige generaties. Kortom de oplossingen zijn er waarbij groene belastingen zeker een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Nu de daadkracht nog.

Bekijk hier een filmpje over het onderwerp van Klaas van Egmond.



maandag 26 oktober 2015

Is een participatie-inkomen de oplossing?

Gratis geld is ‘not done’, je moet er wel wat voor doen. Waarom willen bepaalde (politieke) partijen ons toch massaal ‘aan het werk’ hebben? Zelfs terwijl er steeds minder banen zijn. Is werk dan de panacee voor alles? En vinden we het dan zo erg dat de één fulltime moet werken, terwijl de ander werkeloos aan de kant staat?

Blijkbaar vinden we het heel erg dat wij hard moeten werken terwijl de ander met weinig inspanning de hand op houdt. In een artikel in Trouw van 19 oktober 2015 spraken twee hoogleraren van de VU zich uit over de manier waarop het basisinkomen ingericht zou moeten worden. Voor niets gaat de zon op dus wanneer jij iets doet voor de samenleving mag daar wat tegenover staan, anders niet. Ons sociale stelsel is te duur dus moet het anders. Dat is de redenatie van de hoogleraren. Zij hebben makkelijk praten met hun vaste hoogwaardige banen en een pensioen in het vooruitzicht, dat kan niet iedereen zeggen. Het is net als bij politici lekker makkelijk praten vanuit de ivoren toren.

Definitie van een Onvoorwaardelijk Basisinkomen:
Een vast bedrag dat zonder enige voorwaarden door de overheid wordt uitgekeerd aan ieder individu in de samenleving. Het garandeert om in het basis levensonderhoud te voorzien en deel te nemen aan de samenleving.

Christelijke waarden
Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: we hebben allemaal recht op een stukje van deze aarde om te kunnen bestaan. Deze minimale voorwaarde is onvoorwaardelijk, daar hoeft niets tegenover te staan. Werden we vroeger binnen het gezin of de familie opgevangen als we (even) niet voor onszelf konden zorgen, in deze geïndividualiseerde samenleving kunnen wij daar niet meer automatisch op terugvallen. Hebben we geen eigen productiefactoren – kapitaal, eigen grond of de mogelijkheid om arbeid te verrichten – om in eigen onderhoud te voorzien dan moet wat van de welvaart die de aarde ons biedt worden gedeeld.

De hoogleraren Raymond Gradus en Govert Buijs wijzen erop dat een basisinkomen haaks staat op het christelijk-sociale uitgangspunt van wederkerigheid en solidariteit. Van iedereen mag een bijdrage worden verwacht. Vervolgens noemen ze op wat de tegenprestatie voor het participatie-inkomen dan zou moeten zijn. Verder dan actieve om- en bijscholing en vrijwilligerswerk komen ze niet. Maar er is nog veel meer dan dat. De zorg voor (klein)kinderen, ouders, zieken en hulpbehoevenden, maar ook je eigen leven op de rit houden want dat is ook niet altijd voor iedereen even makkelijk. Het is maar wat je onder een bijdrage leveren verstaat.

Foto: Telegraaf

De bureaucratie neemt toe
Gelukkig zien de heren zelf ook in dat de simpelheid van het basisinkomen een flinke impuls kan zijn voor het terugdringen van de bureaucratie in onze samenleving. Toch willen ze het huidige stelsel overeind houden en een deel van de bestaande uitkeringen overhevelen naar het participatie-inkomen. Met dat uitgangspunt dat je er alleen recht op hebt als je er wat voor doet. Lang leve de bureaucratie.

Leuk bedacht door de heren maar wie gaat dat dan controleren? Want als je zelfs de AOW-ers tot 75 jaar wilt laten verplichten om iets te doen voor de samenleving dan controleert straks de ene helft van de bevolking de andere helft. Als vervolgens deze ouderen dat niet doen of niet kunnen dan worden ze gekort. En terugvallen op de familie is er niet bij want iedereen moet in deze geïndividualiseerde samenleving een bijdrage leveren aan de gemeenschap. Getuigt deze regelrechte bezuiniging (als het tenminste nog wat oplevert) van wederkerigheid en solidariteit? Of gaat het hier om een verkapte verhoging van de AOW-leeftijd?

Iedereen wil leuk werk
Het probleem waar we voor staan ligt, anders dan de heren aangeven niet op de onbetaalbaarheid van het basisinkomen, maar op een heel ander terrein, namelijk het gebrek aan betaalde arbeid voor iedereen. Bij volledige werkgelegenheid zou het onderwerp basisinkomen helemaal geen issue zijn. Dan zou de sociale zekerheid niet onbetaalbaar zijn en zou iedereen zijn of haar stukje van de aarde (lees: welvaart) kunnen ontvangen. Maar in die wereld leven we niet (meer).

Wat verstaan we eigenlijk onder het leveren van een bijdrage aan de samenleving? Ik zie de commissies, werkgroepen, rapporten van (meestal) wijze mannen die deze vraag gaan beantwoorden al opdoemen. En als we dat weten dan moet ook de handhaving daarop worden ingericht. Het merendeel van de bevolking is best bereid om iets voor de samenleving te doen, mits op eigen voorwaarden, onder eigen omstandigheden en naar eigen draagkracht. De mens is een sociaal wezen en van nature altruïstisch. Diegenen die echt helemaal niets doen die komen er in het huidige systeem mee weg en dan ook wel.

Vroeger was alles beter
We zijn verworden tot een geldgedreven samenleving waar regeldruk en rendementsdenken hoogtij viert. Alles wordt in geld uitgedrukt en alles wat we doen moet als zodanig worden bezien. Tot aan de jaren ’70 werkte alleen de man in het gezin. De vrouw was thuis zorgde voor het huishouden, dat de kinderen netjes opgevoed en opgeleid werden en was de spil in de gemeenschap. Daar was geen enkele financiële waarde aan gekoppeld. Soms vraag ik mij af of het leven vroeger inderdaad niet beter was, in ieder geval een stuk eenvoudiger en overzichtelijker.

Het leven zal (gelukkig) nooit meer worden zoals vroeger, maar laten we alsjeblieft een systeem inrichten dat de eenvoud van vroeger terug kan halen om de complexiteit van morgen aan te kunnen. Als kind heb ik al geleerd dat je heel efficiënt water naar de zee kunt dragen maar of het effectief is dat is de grote vraag. Als we dan iets gaan veranderen aan ons sociale stelsel laten we dan starten met een onvoorwaardelijk basisinkomen en niet allerlei daarop gebaseerde gedrochten gaan ontwikkelen.



donderdag 10 september 2015

Is grondbezit wel ethisch?

Er is een ware volksverhuizing gaande in de wereld. Mensen trekken massaal naar de welvarende gebieden. Het is niet alleen geweld of oorlog waarom mensen naar Europa trekken. Er zit meer achter dan dat. Dat er iets moet veranderen is wel duidelijk.

Wereldwijd zijn op dit moment meer dan 60 miljoen mensen onderweg naar een veiliger of welvarender omgeving. Zij hebben huis en haard verlaten op weg naar onbekende bestemming. Misschien hebben ze wel iets gehoord over het land waar ze heen willen maar hoe het daar echt is weten ze niet. Die onzekerheid nemen ze voor lief. Je geboortegrond verlaten doe je niet zomaar, want je weet wat je hebt en je weet niet wat je terugkrijgt. Toch is de wanhoop vaak zo groot dat mensen een onzekere reis en toekomst voor lief nemen.

Het beeld van het aangespoelde Syrische jongetje op het Turkse strand zegt genoeg over de risico’s die mensen nemen om uit hun uitzichtloze positie te komen. Het raakte mij diep van binnen, een verscheurd gevoel overviel mij bij het zien van die foto. Ooit waren mijn zoons zo klein. Spontaan barste ik in huilen uit, waarop mijn zoon zei: “Mam, wat is er? Doe niet zo raar.” Misschien moet je moeder zijn of in ieder geval volwassen om te beseffen wat dat beeld oproept.

Eerlijk aarde-aandeel
De gebeurtenissen zetten aan tot nadenken. Waarom is er zoveel ongelijkheid in de wereld? Waar is het misgegaan? Sinds het ontstaan van nederzettingen, waarbij de mens zich voor langere tijd ergens vestigde, is grondbezit al voorwerp van opstanden en oorlogen. En zelfs in onze tijd is het een hot issue. Ook nu nog wordt op slinkse en veelal onrechtmatige wijze grond toegeëigend. Poetin heeft de Krim geannexeerd en een deel van Oost-Oekraïne ingenomen. De Chinezen kopen grond op in Afrika en breiden hun eigendomsrechten op de Zuid-Chinese zee uit door eilanden aan te leggen. En ondertussen wordt er geruzied over de eigendomsrechten van de noordpool.

Door: BJ Hale via Flickr
Grond geeft bestaansrecht aan de mens. Hij kan er zijn voedsel op verbouwen, zijn vee op hoeden en een huis op bouwen om te wonen. Grond is vóór iedereen, omdat ieder mens dat geboren wordt recht heeft om te bestaan. Vanuit die gedachte wordt ook jaarlijks vastgesteld wat de mondiale voetafdruk is en wordt berekend wat wij gemiddeld per inwoner gebruiken. Een eerlijk aarde-aandeel is de totale hoeveelheid bruikbare ruimte gedeeld door het aantal bewoners op aarde, dat komt neer op 1,8 ha per persoon.

Earth Overshoot Day
Helaas verbruiken we momenteel meer dan de aarde beschikbaar heeft. Oceanen worden leeggevist en grond erodeert door intensieve landbouw. Hierdoor neemt de vruchtbare ruimte af en heeft de natuur minder tijd om te herstellen. In 2015 waren, gerekend vanaf 1 januari, alle beschikbare grondstoffen die de aarde in een heel jaar kan leveren op 13 augustus al opgebruikt. Dat is een kwalijke zaak waar we nog steeds te weinig bij stil staan. Deze dag, de Earth Overshoot Day, komt ieder jaar vroeger te liggen. Vooral in het Westen verbruiken we meer dan waar we eigenlijk recht op hebben, daarmee doen wij een deel van de wereldbevolking tekort.

Ook dichter bij huis in ons eigen land is grond en grondbezit een probleem. Nederland behoort tot een van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld. Omgerekend hebben Nederlanders slechts 0,5 ha per persoon ter beschikking. Daarom is onze grondprijs ook relatief hoog, we hebben namelijk niet genoeg voor ieders behoefte. Grond is naast kapitaal en arbeid een van de drie productiefactoren en heeft dus een economisch belang. Grond heeft echter naast de economische waarde ook een emotionele waarde. Onze geboortegrond is zo speciaal dat wij daar ons leven lang een bijzonder gevoel bij hebben.

Grondpolitiek
In de Nederlandse politiek is grond en grondbezit sinds de jaren ’50 regelmatig een punt van discussie vanwege verschil van inzicht tussen partijen. Het standpunt van vooral de sociaal-democraten is dat grond meer ten goede moet komen aan het collectief. Ook zien zij grond, grondbezit en grondverdeling juist voorwerp voor maatschappelijke hervorming. Terwijl de liberalen grond als productiemiddel ervaren, daar horen investeringen bij en mag dus ten goede komen aan het ondernemerschap.
Den Uyl kondigt val kabinet aan
De christelijke partijen, vooral gevormd door agrariërs, zitten daar precies tussenin voor hen is grondbezit belangrijk voor het voortbestaan van het boerenbedrijf. Op 22 maart 1977 is zelfs het kabinet den Uyl gevallen over de grondpolitiek, vanwege de discussie over de waardering van grond.

Wereldwijd ligt de grondpolitiek in de tegenstelling tussen het communisme versus het kapitalisme. In het communisme is grond het eigendom van het collectief, hetgeen in het Westen altijd met afschuw is bekeken. Na de val van het communisme dreigt nu ook het failliet van het kapitalisme. Door de druk op grondstoffen en het milieu, evenals de klimaatverandering zullen we met z’n allen een nieuwe weg moeten inslaan.

Massale volksverhuizing
Er moet wat gebeuren willen we onze planeet leefbaar houden en massale volksverhuizingen voorkomen. Zeker gezien de sterke groei van de wereldbevolking. De prognose is dat tegen het eind van deze eeuw de mensheid uit 11,2 miljard mensen zal bestaan. In 1960 was dat nog slechts 3 miljard en nu leven we met 7 miljard mensen op aarde.

Het is al jaren bekend dat als we zo doorgaan met het uitputten van de aarde er steeds meer onenigheid en zelfs oorlogen zullen ontstaan puur en alleen om grondstoffen. Met volksverhuizingen tot gevolg. Is het vreemd dat er nu zoveel mensen naar Europa verhuizen? Het is niet alleen het geweld en de oorlog die mensen op drift doet raken maar zeker ook de klimaatverandering en de strijd om grond en grondstoffen.

Grondgebruik i.p.v. grondbezit
Foto: Richard Mulder
Ieder mens dat geboren wordt heeft recht op zijn stukje van de aarde. De vraag is nu of we mensen de toegang tot ons grondgebied kunnen weigeren? Want als de aarde voor iedereen is dan kunnen we toch eigenlijk niet van grondbezit spreken. Wat ook niet kan is met de hele wereldbevolking in Europa en de Westerse Wereld wonen, er moet dus wat gebeuren.

Er zijn een aantal oplossingen om de enorme volksverhuizing te beteugelen:
  1. De beschikbare grond moet een hogere opbrengst gaan krijgen of (weer) geschikt gemaakt worden voor voedselproductie. We kunnen met de huidige technologie woestijnen weer vruchtbaar maken.
  2. De grondstoffen in de wereld moeten beter verdeeld worden, dat betekent dat de welvarende landen met minder genoegen moeten nemen.
  3. We zullen een begin moeten maken met het afbouwen van grondbezit. Het grondgebruik moet ten goede komen aan het collectief.
  4. De grenzen moeten minder definitief zijn. Als mensen moeilijk ergens binnenkomen gaan ze zeker niet meer terug naar waar ze vandaan kwamen. Meer soepelheid is vereist.
Indien er niets geregeld wordt dan zullen migranten blijven komen, los van oorlog en geweld, en dan kunnen we niet anders doen dan ze de toegang bieden tot ons grondgebied en onze welvaart, maar dan wordt het wel een beetje druk om ons heen.


Meer bewustzijn
Tijdens een congres van NieuwNederlandNu spraken wij over grond, grondbezit, de grondpolitiek en omgaan met grondstoffen. Ik kreeg toen de opmerking dat de genoemde oplossingen nogal naïef zijn. Natuurlijk zal dit alles niet snel te regelen zijn en roept het heel veel weerstand op, maar niets doen is ook geen optie. Door een stip op horizon te zetten en er veel over te praten kunnen we mensen bewust maken dat de verandering onvermijdelijk is als we wereldvrede en welvaart voor iedereen willen bereiken.