Pagina's

dinsdag 23 december 2014

Istanbul als brug tussen Oost en West

Het najaarscongres van de Europese Groenen dat plaatsvond van 7-9 november 2014 in Istanbul stond geheel in het teken van de geopolitieke situatie in de regio. Een fascinerende en bruisende stad aan de Bosporus op de scheidslijn van Europa en Azië. Door haar ligging heeft Turkije een strategische positie tussen Europa en Azië.



Gezien de geopolitieke ontwikkelingen in de wereld was het programma van het congres beladen en daardoor intensief. Zelfs de locatie in Istanbul stond symbool voor de problematiek die het Westen van het Oosten scheidt dan wel verbindt. Naast de partijpolitiek inhoudelijke zaken stond de geopolitieke situatie centraal, variërend van de energietransitie waarbij het Rusland van Poetin een rol speelt, de situatie in de Oekraïne waar de Koude Oorlog tussen Oost en West weer nieuw leven ingeblazen lijkt te worden, tot de problematiek van de brute opkomst van de IS in Irak en Syrië. Alles lijkt met elkaar samen te hangen.

Energietransitie
Het congres opende met een paneldiscussie over de energietransitie. Europa is voor een groot deel afhankelijk van gas uit Rusland. Ongemerkt krijgt het Russische Gazprom, met haar monopolie op de Russische gasmarkt, steeds meer invloed op de Europese markt door deel- en overnames. Vooral daar waar het gaat om het transport en opslag van gas zijn we in Europa de laatste jaren steeds meer afhankelijk geworden van Rusland.

Europa dreigt haar leidende positie op de energiemarkt te verliezen. De grote onderlinge verdeeldheid tussen de lidstaten en de ruzie over wie schuld heeft aan de afnemende economische groei in Europa staat het herstel in de weg. Vooral de energietransitie van fossiele brandstof naar herbruikbare groene energie heeft hier onder te lijden. Terwijl de onderlinge samenwerking van de lidstaten de vergroening van de economie juist zou kunnen bevorderen. Als we dit goed doen kan dat ons vrijmaken van de politiek krachten en afhankelijkheid van Rusland waardoor stabiliteit en rust ontstaat.

Toenemend conflict
Jean-Pierre Filiu
Zowel de situatie in Oekraïne als de verontrustende opmars van IS zijn onderwerp van zorg waar flink wat tijd voor was ingeruimd en waardoor pittige discussies ontstonden. De Franse historicus en Arabist Jean-Pierre Filiu, tevens professor op Science Po in Parijs met een flinke staat van dienst, deed de gemoederen hoog oplopen. Hij gaf een historisch overzicht van het ontstaan van het Midden-Oosten vanaf de bezetting door Frankrijk van Egypte rond 1800 tot de situatie van vandaag.

We bevinden ons aan het begin van de Arabische revolutie waarbij het volk meer zeggenschap opeist. De Arabieren zetten zich daarbij af tegen het Westen en met name de Verenigde Staten die het Midden-Oosten bezet en ten onrechte opgeëist zou hebben. Door de grondstoffen en het belang van de Europees-Aziatische handelsroute is het Midden-Oosten zeer gewild. Wie het Midden-Oosten controleert heeft de macht in de wereld. Doordat de macht van de VS afbrokkelt en de wereld steeds meer verdeeld raakt is de macht aan het schuiven en kan de vrede niet langer gewaarborgd worden.

Doordat de Arabische Lente niet heeft gebracht wat men ervan had verwacht is een machtsvacuüm ontstaan waar radicale moslims in zijn gesprongen. De jihadisten proberen macht te heroveren vanuit de claim dat ze betere moslims zijn dan andere moslims. Dit heeft het conflict een religieuze lading meegegeven wat het in feite niet is. Filiu is er duidelijk over: “We staan pas aan het begin van de revolutie, het ergste moet nog komen en de gehele wereld zal er bij betrokken worden. Als wij bereid zijn de vrede te herstellen in het gebied dan moeten we beginnen bij de bezetting van de Gaza.” Onder flink wat rumoer verlieten een aantal mensen de zaal door de stevige uitspraken van Filiu.

Rol van Turkije
Als gastheer van het congres presenteerde Turkije zijn ambities. Als schakel tussen oost en west, bovenop het conflictgebied van IS, laat Turkije stoere taal horen met het uitspreken van de wens om ‘s werelds grootste economie te worden. Een Fin van Turkse afkomst die naast mij zat en zaken mooi kon relativeren, schudde zijn hoofd over de ambitie die het karakter van de ware Turk laat zien. “Turken die in het buitenland wonen”, zei hij, “weten wel beter en lachen erom.”

De delegatie van De Groenen: Gerben, Mirjam, Otto en Jolanda
Dat de Turkse ambities groot zijn hebben wij afgelopen weken zelf kunnen ervaren door de kritiek van de Turkse regering over het Nederlandse immigratiebeleid. Nederland was niet blij met de inmenging van de Turkse overheid op ons democratische proces. De lange arm van Turkije rijkt ver tot in Nederland en probeert grip te houden op de in het buitenland wonende Turken. Dit pleit zeker niet voor de rol van bruggenbouwen wat Turkije eigenlijk zou moeten zijn.

Istanbul bruist
Op straat in Istanbul raakten wij nog in gesprek met een paar jonge Turken die ons Nederlands hoorden spreken. Zij hadden een tijd in Nederland gewoond en waren weer naar Turkije teruggegaan om bij hun familie te zijn. Maar na lang doorvragen kwam toch de ware reden boven water. Ze hadden laagbetaalde baantjes, voelden zich gediscrimineerd en zagen geen toekomst in Nederland. Toch blijft het Westen lonken.

Het was een enerverend weekend in een bijzonder bruisende stad. Vooral de hotelkamer met uitzicht op de Bosporus maakte het plaatje compleet.


zondag 21 december 2014

Wat leren de Maya’s ons

In 2012 zou volgens de Mayakalender de wereld vergaan, maar we zijn er nog steeds. Was het gewoon onzin? Hebben wij het einde van de Mayakalender verkeerd geïnterpreteerd? Of is het einde van een tijdperk een feit?


Winterzonnewende viering op Stonehenge
Vandaag is het 21 december, de dag van de winterzonnewende, de kortste dag van het jaar omdat de zon verder van ons afstaat dan in de rest van het jaar, althans op het noordelijk halfrond de plek waar wij wonen. Op het zuidelijk halfrond is dat natuurlijk niet zo. Maar voor ons op het noordelijk halfrond is het een dag van hoop omdat het licht de duisternis overwint. Immers na vandaag gaan de dagen weer lengen.

De komst van het licht
In veel culturen op het noordelijk halfrond is de winterzonnewende aanleiding om feest te vieren. Door het ontsteken van vuur en kaarsen wordt de komst van het licht gevierd. De natuur heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het leven van mensen. De mens was tenslotte afhankelijk van de natuur. Maar doordat wij alsmaar verder afraken van de natuur staat onze relatie met de natuur steeds verder onder druk.

Ook in onze Christelijke traditie wordt de komst van het licht gevierd. We herdenken de geboorte van het kind Jezus, de brenger van het licht. Vandaar dat onze Kerst uitbundig omgeven is met veel lichtjes. Voor veel mensen was er op 21 december 2012 geen rede om feest te vieren door de voorspelling dat het een einde van de Mayakalender het einde van de aarde zou betekenen? Op die dag waar al eeuwen over werd gesproken zouden de Mayaprofetieën tot vervulling komen.

De constellatie van de sterren
De Maya’s hebben hun voorspellingen niet gebaseerd op de jaarlijkse omwenteling van de aarde en de stand ten opzichte van de zon, maar op een veel grotere en langduriger beweging in de kosmos. Op 21 december 2012 stonden de zon, de maan en de planeten in een bepaalde lijn tot elkaar en in conjunctie met de rest van het universum. Ons melkwegstelsel verschoof door het hart - het oog - van ons universum.

Deze constellatie komt eens in de 26.000 jaar voor. Dit gegeven is vastgesteld door de Maya’s, een van oorsprong agrarisch volk in Midden-Amerika dat dicht bij de natuur leefde. Een volk met een hoge intelligentie en een grote kennis van schrift, getallen, wiskunde en astronomie. De Maya’s kenden een hoge beschaving en waren daarmee veel volken ver vooruit. Maar wat ze vooral bijzonder maakt is hun holistische opvattingen over de menselijke geest. Juist deze kennis wordt nog te weinig herkend.

Nieuwe kalender
Daags na het aflopen van de Mayakalender kwamen al berichten naar buiten dat de datum niet juist zou zijn. Onze huidige tijd wordt ook totaal anders gemeten dan in de tijd van de Maya’s, daar zit al een eerste kans tot misrekening. Er gaan nu stemmen op dat we de Mayakalender verkeerd geïnterpreteerd hebben en dat de aarde pas in 2220 zal vergaan, anderen zeggen dat de kalender nog zeker 7000 jaar doorloopt.

Een misrekening dus. Niet zo’n gekke gedachte. Of toch wel? Immers een kalender stopt toch niet, tijd is tijdloos dus waarom zou een kalender dan eindigen? Een kalender beschrijft een cyclus, en die cyclus eindigt ook niet over 7000 jaar. Allemaal hypothetische vragen waar we toch geen antwoord op krijgen tenzij we natuurlijk in het jaar 2220 of over 7000 jaar terug zijn en weer voor hetzelfde punt staan.

Een hoger plan
Maar moeten we de Mayaprofetieën wel kalendermatig interpreteren? De Maya’s maakten gewag van een grootse verandering die ons te wachten staat. Maar niemand weet precies wat de uitwerking zal zijn. Net voor het aflopen van de Mayakalender meldde hooggevoelige mensen veel onrust om hen heen of juist enorme stilte. Of dit afkomstig is van buiten ons of juist vanuit ons innerlijk is daarbij de vraag.

In profetie nummer 16 voorspelde de Maya’s dat we eens in conflict zouden leven met de natuur met dramatische gevolgen als natuurrampen en natuurvervuiling die een ongunstig effect zullen hebben op het totale leven op aarde. Dit zien wij inderdaad om ons heen gebeuren. Het klimaat wordt steeds onstuimiger en is een punt van zorg. Ook het opraken van grondstoffen brengt onrust. De gevolgen daarvan zien we in het Midden-Oosten.

Een nieuw tijdperk
Zelf interpreteer ik het einde van de Mayakalender als het einde en een oud en het begin van een nieuw tijdperk. De veranderingen zetten de gehele wereld op z’n kop. De Arabische lente heeft veel in beweging gezet waarvan het einde nog lang niet in zicht is. We hebben ternauwernood een crisis overleefd en hoe onze financiële en economische toekomst eruit gaat zien weten we ook nog niet. Dat de industriële revolutie haar einde nadert en een nieuw economisch systeem zich aandient staat voor mij vast.

Het is een wetmatigheid dat uit chaos een nieuw evenwicht ontstaat. De Mayaprofetieën gaan niet alleen over vernietiging, er schuilt ook hoop in, zo geven ze ons mee dat zodra we onze eenheid met de natuur erkennen en herstellen ook onze problemen zullen worden opgelost. We kunnen dus zeker wat leren van de profetieën van de Maya’s. Als we open staan voor het feit dat alles met elkaar verbonden is, alles energie is, er verschillende niveaus van bewustzijn bestaan, onze natuur van onschatbare waarde is en dat er veel meer is tussen hemel en aarde dan wij kunnen zien, dan zal het nieuwe tijdperk zich voor ons ontvouwen, daar ligt de sleutel van onze toekomst.

Meer lezen:
Op internet is veel te vinden over de Maya’s en de Mayakalender.
De Maya voorspellingen voor 2012 – Gerald Benedict
Het Einde van de Mayakalender in 2012 – John Major Jenkins



zondag 30 november 2014

Je moet werken voor je geld

Hoe vaak krijg ik dat niet te horen als ik het over basisinkomen heb. De tegenstanders van het onvoorwaardelijk basisinkomen zijn er duidelijk over: “Gratis geld bestaat niet” je moet er wat voor doen. Maar wat nu als je wel werkt en er geen geld voor ontvangt? Dat komt namelijk veel meer voor dan andersom.

"Work is the perennial natural necessity of humankind by which we remain humans" - Karl Marx


Uit Duits onderzoek blijkt dat van al het werk dat gedaan wordt slechts 40% betaalde arbeid is. En als je dat ongelofelijk in de oren klinkt kijk dan eens om je heen. De spraakverwarring, want daar hebben we het over, betreft de definitie van arbeid en de waarde die wij er aan toekennen. Als een moeder niet werkt maar voor haar kinderen zorgt wordt dat niet gezien als arbeid. Maar zodra diezelfde moeder voor andermans kinderen gaat zorgen en daarvoor betaald wordt, dan wordt het ineens wel als arbeid gezien. Maar wat is het verschil?

In wetenschappelijke literatuur is er een verschil tussen de begrippen ‘werk’ en ‘arbeid’. Ondanks dat worden er veel verschillende zaken onder verstaan, waardoor er geen overeenstemming is. Volgens wikipedia wordt binnen ‘arbeid’ al een onderscheid gemaakt tussen betaalde en onbetaalde arbeid en formele en informele arbeid. En werk volgens wikipedia is: “het aanbrengen van wenselijk geachte veranderingen in de omgeving door menselijke activiteit. Werk kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn.”

Arbeid versus werk
In de meeste gevallen wordt arbeid pas als zodanig gezien als er een betaling tegenover staat. Is geld dan de maatstaf voor het uitvoeren van arbeid? In het voorbeeld van de moeder die voor kinderen zorgt voegt de moeder waarde toe maar wordt de arbeid die ze verricht anders beoordeeld of liever gezegd gewaardeerd. Alleen de moeder die voor haar werk betaald wordt maakt deel uit van het economisch verkeer, het levert belasting op en doet het Bruto Binnenlands Product groeien. Dan pas werk je voor je geld.

Uit een internationaal onderzoek naar werk kwam de volgende beschrijving naar voren waar ik mij goed in kan vinden. In iedere samenleving moeten we werk verrichten om te kunnen overleven. We moeten eten om te overleven, daarvoor moeten we voedsel oogsten, vinden of kopen; we moeten het bereiden, eventueel met behulp van hulpmiddelen; we moeten het opeten en vervolgens moeten we alles schoonmaken of opruimen wat we gebruikt hebben. Dit is werk. Het mens-zijn kan niet zonder werk.

Waarde van arbeid
We kunnen dus concluderen dat alles wat we doen werk genoemd kan worden, maar zodra we ervoor betaald worden is het arbeid. Dan blijft nog de discussie wat is arbeid waard? Waarom verdient een doorsnee medewerker € 500,- per week en een advocaat of een bankier € 500,- per uur? Voegt de doorsnee medewerker minder waarde toe? Hiermee begeven wij ons al gauw op glad ijs en gaat het vooral om de impact van een inspanning die in het economische verkeer geheel anders wordt gewaardeerd.

Vanuit menselijke waarden kan het verrichten van arbeid weer geheel anders liggen. Als nu eens alle verpleegkundigen gaan staken dan is dat een pure ramp en kan dat mensenlevens kosten. Als alle bankiers gaan staken merken we daar amper wat van. Toch?

Gebrek aan arbeid
Wat steeds duidelijker wordt is het feit dat arbeid de komende jaren drastisch zal veranderen. Door de verregaande automatisering zijn in de achterliggende decennia al heel veel banen verloren gegaan. Het gaat zo geruisloos dat we het bijna niet merken. Veel arbeidsintensieve activiteiten zijn al vervangen door robots. We zitten volop in het digitale tijdperk en kunnen concluderen dat het einde van het industriële tijdperk een feit is, of we het willen of niet. Hoe nu verder?

Ver voordat mensen naar de fabrieken trokken om zichzelf te verhuren werkte men thuis en was het produceren van voedsel een van de belangrijkste activiteiten. De nieuwe digitale economie ligt voor ons, maar hoe we daar allemaal inkomen uit kunnen halen is de grote uitdaging. Omdat ieder mens dat geboren wordt recht heeft om te bestaan moet er voor iedereen een inkomen zijn, ook al is er niet voor iedereen betaalde arbeid. Ondanks de verwoede pogingen van onze regering om iedereen aan een baan te helpen is dat niet waar de primaire behoeft ligt. We hebben geen behoefte aan een baan, maar aan een inkomen om te kunnen bestaan.

Karl Marx

Werk van de toekomst
Om op een goede manier de toekomst tegemoet te treden zullen we arbeid en inkomen los moeten koppelen. We moeten terug naar het uitgangspunt, zoals Marx dat ooit weergaf, dat werk de noodzakelijke bijdrage van ieder mens is op basis waarvan wij mens zijn. Daar staat een bijdrage tegenover waarvan wij kunnen bestaan. Niets meer en niets minder is dit de rechtvaardiging voor de introductie van een basisinkomen. Als dit gegarandeerd is kunnen wij met elkaar toewerken naar een invulling van ons nieuwe economische systeem, waar dat ook op uit gaat komen.


vrijdag 31 oktober 2014

De arbeidsmarkt bestaat niet

Werk, werk, werk. Denk je aan de overheid dan denk je aan het scheppen van banen. Hét adagium van iedere minister van werkgelegenheid. Maar hoeveel mensen moeten er nog ontslagen worden voordat we inzien dat de arbeidsmarkt niet langer een ‘markt’ is? 

Nog begin van dit jaar ontkende minister Lodewijk Asscher dat veel van onze banen door de komst van de robots zullen verdwijnen. “Wij gaan niet somberen over de horrorscenario’s dat de banen van nu over 30 jaar niet meer bestaan. Wij zetten onze schouders er onder en werken aan nieuwe werkgelegenheid”, zei hij. Om vervolgens zijn volgende (dure) banenplan te lanceren. Maar voor het jaar om is waarschuwt hij voor de komst van de robots en de gevolgen voor de ongelijkheid in de samenleving. “Het is niet erg dat ze komen, maar dan moet wel iedereen daarvan kunnen profiteren”, is zijn stelling. Alleen over een oplossing hoor je hem niet.

In nagenoeg iedere branche zijn in de afgelopen decennia wel banen verdwenen. Omdat het zo geleidelijk gaat valt het nauwelijks op. Hoe meer banen er verdwijnen hoe harder de overheid roept dat het haar doelstelling is om nieuwe banen te creëren en de arbeidsmarkt weer gezond te maken. En des te meer geld er aan wordt uitgegeven. Alleen maar om ons zoet te houden en om ons ervan te weerhouden massaal in opstand te komen?

Geen baan, geen of weinig inkomen. Als je 50-plusser bent en steeds langer moeten werken terwijl er geen banen meer voor je zijn en de hypotheek, afgesloten in de jaren ’90, nog lang niet is afbetaald, dan ziet de toekomst er somber uit. Als je ZZP-er bent, het werk niet voor het opscheppen ligt, een vaste baan er niet meer inzit en je ook nog eens dreigt te moeten gaan betalen voor een sociaal zekerheidsstelstel, dan is de donkere wolk zichtbaar. En ook als je net afgestudeerd bent en je jezelf geconfronteerd ziet met een studieschuld en behoefte hebt aan woonruimte ook dan blijkt: geen baan, een onzekere toekomst.

De toekomst van arbeid
Om over de toekomst van arbeid te praten kwamen onlangs jongeren bijeen in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Omdat ik een duidelijke mening heb over de toekomst van arbeid was ik uitgenodigd om mijn observatie daarover te delen. Een volle zaal met jongeren en ook een paar ouderen die inzien dat de arbeidsmarkt verandert. Ik was aangenaam verrast door het enthousiasme en de inventiviteit van de jongeren ten aanzien van werk en werkgelegenheid. Maar niemand sprak over vaste banen.
 

Het nieuwe werken bij S2M
De arbeidsmarkt van vandaag vertoont een grote overeenkomst met het moment dat ik zelf na mijn studie, midden in de crisis van de jaren ’80, aan het werk ging. Ik was vol vertrouwen dat het mij ging lukken om aan de slag te komen. Ik had er alles voor over, zelfs vier jaar werken voor minimumloon ondanks mijn HTS diploma. Het was niet anders, je moest wat. Datzelfde vertrouwen zie ik ook bij de jongeren, hoewel ze ook heel goed beseffen dat de toekomst toch anders is en dat de ongelijkheid tussen rijk en arm een dunne lijn is en sterk afhankelijk van het al dan niet hebben van werk.

Realistischer dan de minister van werkgelegenheid zien de jongeren arbeid veranderen. Zowel de hoeveelheid arbeid, maar ook de soort en de rol van arbeid verandert. En wat mij opvalt is dat zij hun levensstijl daar al op aanpassen. Vraag aan jongeren wat voor auto ze zouden willen gaan rijden dan kijken ze je schouderophalend aan. Jongeren, vooral die in de steden, hebben daar helemaal geen boodschap aan, dat past niet bij hun levensstijl.

Arbeid is een ouderwets idee
Een onderzoek van TNO laat zien dat inmiddels nog maar 69% van de werkenden een vast contract heeft. Niet iedereen is daar blij mee. Op de vraag of mensen liever een vast of een flexibel contract hebben antwoordde 90% dat ze een vaste baan ambiëren. Wie dat niet heeft ervaart vaak dat ze gedwongen worden werk te doen wat ze niet willen of onder omstandigheden moeten werken waar ze niet voor gekozen hebben. Weigeren betekent al gauw dat er 10 anderen klaar staan om je werk over te nemen. Dat geeft een enorme druk op flexwerkers.

Veel jongeren kiezen direct voor een onzeker bestaan als zelfstandige of starten hun eigen bedrijfje. Die keuze was in mijn begintijd veel minder voor de hand liggend en niet alleen door het gebrek aan sociale media en internet. De jongeren van vandaag nemen zelf al het heft in eigen handen, zij gaan mee in de stroom van het digitale tijdperk en zijn niet afhankelijk van een arbeidsmarkt of een baas.

De arbeidsmarkt bestaat niet. Een markt veronderstelt een vraag en een aanbod. Veel werknemers, vooral flexwerkers en ZZP-ers ervaren niet dat ze een keus hebben. Door de afnemende hoeveelheid arbeid doordat veel geautomatiseerd wordt kunnen werkgevers eisen stellen. De manier waarop wij aankijken tegen arbeid stamt nog uit de het werken in het industriële tijdperk waarbij mensen hun tijd beschikbaar stelden tegen loon. Mensen gingen naar een fabriek om te werken, waar ze voorheen thuis het werk deden, veelal gerelateerd aan het produceren van voedsel. Voor de gang naar de fabriek werkte men tot er voldoende voedsel op tafel stond en dat was dan genoeg. Dit fenomeen zie ik terugkomen bij de jongeren.

Oplossingen
We mogen concluderen dat arbeid niet meer wordt zoals het geweest is en ook de arbeidsmarkt is passé. Voor de jongeren zie ik het wel goed komen, zij weten niet beter. Maar voor de generatie tussen de babyboom die hun schaapjes op het drogen hebben en de dertigers zit een gat. De veertigers en vijftigers krijgen het zwaar te verduren met leningen en verplichtingen van voor de crisis en afnemende kansen op inkomen.
Minister Asscher geeft geen oplossingen voor de problemen dat wil ik wel doen:
  • Invoeren van een onvoorwaardelijk basisinkomen;
  • Iedereen minder werken – een 24-urige werkweek;
  • Herverdeling via belasting:
    • belasting op arbeid kan omlaag – de factor arbeid is niet langer schaars;
    • invoering Belasting Onttrokken Waarde (BOW);
    • winstbelasting omhoog – het werk wordt immers door robots gedaan
    • vermogensbelasting omhoog
Voor meer informatie over de oplossingen lees mijn andere blogjes. 
 
 

vrijdag 3 oktober 2014

Het succes van een burgerinitiatief

Na de aflevering “Gratis geld” van Tegenlicht op 21 september 2014 was het onvoorwaardelijk basisinkomen even trending toppic op twitter. Nooit eerder was de belangstelling voor basisinkomen zo groot. De tijd is er meer dan rijp voor. Waar komt dit succes ineens vandaan? En nog belangrijker hoe houden we het onderwerp in de belangstelling?

Het onderwerp basisinkomen is beslist niet nieuw. Er bestaan genoeg historische overzichten die laten zien dat het basisinkomen al een paar eeuwen onderwerp van gesprek is. In zijn boek Utopia pleitte Thomas More (1478-1535) ervoor om dieven niet te straffen maar juist in hun bestaan te voorzien om zo diefstal te voorkomen. In de crisisjaren '80 werd basisinkomen het speerpunt van de politieke partij De Groenen en was het een serieuze aanbeveling in het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR 1985). Midden jaren '90 zetten de toenmalige ministers Zalm (VVD) en Wijers (D66) het nogmaals op de politieke agenda maar is het door de eindspurt die de economie inzette, om het millennium gunstig af te sluiten, wederom aan de aandacht ontsnapt.

Het ontstaan van een burgerinitiatief
Het basisinkomen is een bedrag dat door de overheid zonder voorwaarden aan iedere burger wordt gegeven om in het onderhoud te voorzien. In de grondwet is vastgelegd dat ieder mens recht heeft op bestaanszekerheid en daarmee is het een mensenrecht. Het bedrag is hoog genoeg om zonder luxe van te kunnen leven. Hoe hoog het gezinsinkomen is en de samenstelling van het gezin is niet relevant. Een belangrijk verschil met een uitkering is dat iedereen gerechtigd is om er naast te werken om het basisinkomen aan te vullen. Controle is niet nodig en het onnodig rondpompen van geld in de vorm van uitkeringen, subsidies en toeslagen is passé.

Tijdens haar feestelijke 20-jarig jubileum in 2011 kondigde de Vereniging Basisinkomen aan dat zij bezig was samen met een aantal Europese lidstaten om voorbereidingen te treffen voor een Europees Burgerinitiatief. In februari 2013 ging het Europees Burgerinitiatief Basisinkomen van start in nagenoeg alle lidstaten van de EU. Het doel was om nu voor eens en voor altijd korte metten te maken met het beeld dat het basisinkomen onbetaalbaar is. Zolang er geen gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden blijft de manier waarop het ingericht moet worden en of het betaalbaar is onduidelijk.

De jeugd heeft de toekomst
Het burgerinitiatief, ondersteunt door de Zwitserse film “Grundeinkommen, ein Kulturimpuls” uit 2008 van Daniel Häni en Enno Schmidt, deed flink stof opwaaien. Het bracht in heel Europa actiegroepen op de been om ruchtbaarheid te geven aan het burgerinitiatief en om stemmen te werven. Zelf heb ik nog op het Malieveld gestaan om een menigte toe te spreken. Ondertussen groeide de belangstelling vooral onder jongeren. In oktober 2013, halverwege het campagnejaar, verscheen een artikel bij De Correspondent van Rutger Bregman, een jonge historicus, die zijn voorkeur uitsprak voor een basisinkomen. Hij liet zich inspireren door een experiment uit 2009 in Londen waar 13 daklozen gratis geld kregen om zichzelf daarmee uit het moeras te trekken. De resultaten waren verbluffend. Van de deelnemers hadden na een jaar 11 daklozen een beter bestaan opgebouwd en waren van de straat. Eindelijk kwam 500 jaar na dato de onderbouwing van het idee van Thomas More.

Met de controversiële term “gratis geld” wist Bregman de aandacht op het onderwerp te vestigen en op zichzelf. Eveneens in het campagnejaar meldde Joeri Oltheten zich bij de voorzitter van de Vereniging Basisinkomen met een idee. Deze enthousiaste jonge ondernemer en muzikant wilde speciaal voor het onderwerp basisinkomen muziek schrijven en een filmclip maken. Hij werd met open armen ontvangen. Het nummer “Het goede leven” van Pharao en Yara is inmiddels een feit en werd in mei 2014 feestelijk geïntroduceerd tijdens een gezellige barbecue van de Vereniging Basisinkomen. Daar werden ook opnamen gemaakt door de VPRO voor de aflevering “Gratis geld” van Tegenlicht.

De politiek krijgt zin in basisinkomen

Misschien was een burgerinitiatief nog net even te hoog gegrepen want het benodigde aantal handtekeningen van 1 miljoen in minimaal 7 Europese lidstaten is niet gehaald. Nederland haalde haar quotum met ruim 20.000 stemmen evenals Bulgarije, Slovenië, Kroatië, België en Estland. Totaal heeft het burgerinitiatief bijna 300.000 stemmen binnengehaald en is het onderwerp sinds 2013 niet meer uit de media weg te denken. Ook de politiek begint zich te roeren. De partijen die zitting hebben in de Tweede Kamer durven zich niet te branden aan het onderwerp in tegenstelling tot kleinere politieke partijen.

De Groenen, waarvoor ik lijsttrekker mocht zijn, grepen de verkiezingen voor het Europarlement in mei 2014 aan om haar speerpunt ‘basisinkomen’ extra te benadrukken. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014 deed een nieuw opgerichte Basisinkomen Partij van zich horen. Inmiddels proberen diverse kleinere partijen mee te varen op het succes van de groeiende belangstelling voor basisinkomen en buitelen soms over elkaar heen om met het basisinkomen goede sier te maken en kiezers te trekken. Een beetje jammer, want ik geloof in samenwerken en de handen ineen slaan in plaats van elkaar de loef af te steken.

Participatiesamenleving
Niet alleen het burgerinitiatief heeft het onderwerp basisinkomen een impuls gegeven ook het feit dat de overheid terugtreedt en in rap tempo de verzorgingsstaat afbouwt en doordat de crisis de bodem van de schatkist laat zien waardoor duidelijk is geworden waar de gaten vallen in onze samenleving. De burger moet zelfredzaam worden met schrijnende voorbeelden van bejaarden die ineens moeten verhuizen en mantelzorgende AOW’ers die gekort worden omdat ze af en toe als verzorger bij iemand blijven overnachten.

Mensen die door de crisis merken dat hun werkloosheid uitzichtloos wordt en ineens aangewezen zijn op de bijstand waardoor ze hun huis en soms zelfs hun pensioen moeten opeten. ZZP-ers in de zorg die door onduidelijke regels ineens hun werk niet meer in zelfstandigheid mogen doen waardoor ze verplicht inactief worden en op kosten van de samenleving achter de geraniums belanden. Mensen die getroffen worden door onduidelijke regels die elke vorm van redelijkheid te buiten lijken te gaan en sommigen tot fraudeur maakt om aan de uitzichtloze situaties te ontsnappen. Of ten einde raad van een flat springen omdat de toekomst een donker gat is geworden. Feit is dat door de terugtredende overheid en de crisis de armoede is toegenomen, ook in Nederland.

De toekomst begint vandaag
Steeds meer mensen zien de toekomst somber in en vragen zich af of de arbeidsmarkt ooit wel weer aantrekt? Waarom heren en dames politici treedt de overheid terug maar geeft de burger geen instrumenten om zelfredzaam te kunnen zijn? Bij zijn aantreden als Minister-President beloofde Mark Rutte de regeldruk te verminderen, maar het tegendeel is gebeurd. Hoe kunnen wij zelf sturen als de regels onduidelijk en complex zijn en de hulpmiddelen afwezig? Nu de regering wakker wordt en begint te beseffen dat onze arbeidsmarkt nooit meer zal worden wat het geweest is en dat de toekomst van arbeid er totaal anders uit gaat zien, zal zij met oplossingen moeten komen. Het onvoorwaardelijk basisinkomen is een heel mooi instrument om onze economie klaar te stomen voor de 21ste eeuw.

De urgentie is er. De wens van heel veel burgers is er. De bereidheid van heel veel actieve mensen is er. De initiatieven zijn er. De aandacht in de pers en op social media is er. Nu is de regering aan zet om als eerste stap een onderzoek naar de haalbaarheid en de implementatievoorwaarden te laten uitvoeren. Waarom wachten tot een volgend burgerinitiatief? Waarom nog langer wachten? De toekomst is NU.

Meer inspiratie nodig kijk eens op de site van de Vereniging Basisinkomen.